Grillig Kort Verhaal met AI Ludiek Geprompt

sep 12, 2026

tekst ©? jan hontscharenko

Hij was moe geworden van het staren naar de plooien van zijn vitragegordijn in zijn slaapkamertje. Moe geworden ook van het wonen in een door toeristen onder gepist steegje ergens in het centrum van Amsterdam. Al enige tijd zocht hij naar een manier om toch wat zinniger zijn dagen te besteden, gedreven door het verlangen enige verbinding te maken met de mensen, tijdgenoten. Daarom ging hij schrijven. Om zijn horizon van binnenuit te verbreden.

Hij ging op reis. Eigenlijk met zijn enige bagage: zichzelf. Zonder koffers. Onbestemde grote avontuurlijke reis in verschiet. Sloeg de vleugels uit, maar hield focus. Z’n gedachten liet hij alle kanten afdwalen, maar hij hield focus. En hij noteerde. Noteerde alles wat hem te binnen schoot. IJzeren discipline.

Als schrijver in wording begeerde hij een belangrijke functie in deze wereld, verdienstelijk werkzaam wilde hij zijn te midden van de auteurs die evenzoveel stijl en inzicht paarden aan hun onomstotelijke belang van de gemeenschappelijke deler, collega’s die wat ze ook schreven herkend werden door hun eigen leesgrage erudiete generatie.

Maar wie herkende zich in de gedachtewereld van een dwerg? Hoe boordevol z’n hoofd ook zat met sprankelende gedachten over de liefde en aanverwante onderwerpen, zoals leven en dood, al z’n werk bleef zonder echo, de uitgevers negeerden hem. Ze begrepen z’n kleine over elkaar heen lopende zinnetjes niet. Ten einde raad vroeg hij zich af: was dat gebrek aan begrip de tragiek der schrijvende dwergen?

Bestond hij eigenlijk wel in de geschiedenis van de literatuur als zodanig. Als dwerg. Dan wel als een bepaald typetje, dat zich laat omschrijven als literair experimenterende ambitieuze dwergen. Misschien. Maar dwergen die geen lente in hun bloed voelen wanneer het gebladerte kleur krijgt, hun erecties niet krijgen omdat nog geen hond de anus voor ze wilde openen, bestonden die wel? Had zo’n schrijvende dwerg wel enige kans op publicatie en algemene erkenning van de lezers? Dat je bovenaan komt in de top tien van meest verkochte boeken.

Hij besloot zijn met HB potlood handgeschreven manuscript te begraven in het Vondelpark. ’s Nachts. Niemand die het had gezien. Nabij een enorme eik, die in de buurt stond van de drie gracieuze berkenbomen uit de Krim. De volgende dag liep hij naar de slager. Hij kwam niet om vlees te kopen, maar om z’n eigen vlees te verkopen. Elke fijnproever wist dat dwergjesvlees een met niets te vergelijken delicatesse vormt, helaas zeldzaam verkrijgbaar. De slager  stelde cash vierduizend euro’s voor, de algemene prijs voor het geringe aantal kilo’s jong dwergjesvlees, in dit geval des te exclusiever omdat de dwerg zelf vegetarisch was geweest.

‘Akkoord,’ zei de dwerg enigszins droevig en voelde zich nog kleiner worden dan hij al was. Hij werd, kromp ineen tot een dwergje. Hij ontving het bedrag en zou zich morgen melden voor de hakbijl. Maar er was één voorwaarde verbonden aan de deal: hij moest alvast een beentje laten afhakken. Op een geïmproviseerde kruk verliet het dwergje de slagerij, die trouwens A. Zoet heette. Zoet hing het beentje in de vriescel aan een haak waar het kon uitlekken en bereidde zich voor op de volgende dag, sleep zijn slagersmessen zorgvuldig.

Wat kon het dwergje doen met het geld? Een beetje suf geworden van alle pijnstillers checkte hij of hij zijn verplichten was nagekomen, de gedachte dat hij van enige nalatigheid beschuldigd zou kunnen worden was verontrustend, stel je voor dat hij iets had vergeten. Hij was precies in dat opzicht. Alles was helemaal in orde, keurig geregeld, de maandelijkse huur was betaald, het elektriciteitsbedrijf was betaald voor het gebruik van gas en licht. Hij zou bij de bank geen schuld achterlaten en tot zijn opluchting was de administratie met de belasting ook okay, hij had zelfs geen kleine schuld, hield een lichtelijk tegoed over.

Tijdens de laatste nacht die hij mocht beleven, voelde hij zich wel wat sneu in de zin van diep ondergewaardeerd, mede als gevolg van zijn gefnuikte ideaal een schrijver te worden, zijn verwachtingen had hij niet kunnen waarmaken, toch was hij helder en licht van geest. Wanneer hij verder zou leven zou hij zich meer en meer sneu en afgewezen gaan voelen, daar zag hij juist zo tegen op. Meer afwijzingen, telkens die teleurstellingen incasseren, dodelijk pijnlijk.

In een vlaag van rariteit overwoog hij een brief te schrijven in de vorm van een afscheid. Die heeft hij evenwel nooit geschreven. En de uitverkoren mensen die later heerlijk dineerden in romantische sfeer hebben nooit geweten dat ze een groot literair talent hebben opgegeten.

Omdat de rijen huizen statig en ruimtelijk uitgebalanceerd waren, woonden er rond het Vondelpark vele mensen die hun bijdragen leverden aan de Nederlandse cultuur, ook schakers en Ajacieden, dwaas rijk geworden komieken maar ook advocaten en dergelijke kunstminnende elite. Dagelijks lieten deze mensen hun hond uit in het Vondelpark en het was tijdens een wandeling met zijn speurhond Boris dat Thomas L. het begraven manuscript van het dwergje vond, nog goed leesbaar. Boris blafte hevig alsof hij een spectaculaire archeologische opgraving had gedaan, leek te beseffen welk een belangrijke vondst hij deed.

Thomas was fondsredacteur van de literaire redactie bij een belangrijke uitgever. Een baantje dat hem als afgestudeerde neerlandicus nooit had verveeld, hoewel hij teveel materiaal las dat gebrekkig en onbeholpen was. Bij het eerste zinnetje dat hij van het opgegeten dwergje las kreeg hij meteen de sensatie op iets ongekends groots te zijn gestoten. Zo werd het werk van het dwergje alsnog uitgegeven, werd in no-time bestseller, zelfs de meest intelligente critici prezen het hemelhoog.

Naspeuringen van Thomas of er enige familie of vrienden van het dwergje bestonden waren tevergeefs geweest. De slager Zoet waar Thomas geregeld kwam voor z’n ossenhaasjes en biefstukjes wist niet dat Thomas een belangrijke literaire redacteur was, evenmin wist Thomas dat slager Zoet aangesloten was bij de illegale, geheime Ondergrondse Club der Kannibalen.