Grillig Kort Verhaal met AI Ludiek Geprompt Dutch/English
Hij was moe geworden van het staren naar de plooien van zijn vitragegordijn in zijn slaapkamertje. Moe geworden ook van het wonen in een door toeristen onder gepist steegje ergens in het centrum van Amsterdam. Al enige tijd zocht hij naar een manier om toch wat zinniger zijn dagen te besteden, gedreven door het verlangen enige verbinding te maken met de mensen, tijdgenoten. Daarom ging hij schrijven. Om zijn horizon van binnenuit te verbreden.
Hij ging op reis. Eigenlijk met zijn enige bagage: zichzelf. Zonder koffers. Onbestemde grote avontuurlijke reis in verschiet. Sloeg de vleugels uit, maar hield focus. Z’n gedachten liet hij alle kanten afdwalen, maar hij hield focus. En hij noteerde. Noteerde alles wat hem te binnen schoot. IJzeren discipline.
Als schrijver in wording begeerde hij een belangrijke functie in deze wereld, verdienstelijk werkzaam wilde hij zijn te midden van de auteurs die evenzoveel stijl en inzicht paarden aan hun onomstotelijke belang van de gemeenschappelijke deler, collega’s die wat ze ook schreven herkend werden door hun eigen leesgrage erudiete generatie.
Maar wie herkende zich in de gedachtewereld van een dwerg? Hoe boordevol z’n hoofd ook zat met sprankelende gedachten over de liefde en aanverwante onderwerpen, zoals leven en dood, al z’n werk bleef zonder echo, de uitgevers negeerden hem. Ze begrepen z’n kleine over elkaar heen lopende zinnetjes niet. Ten einde raad vroeg hij zich af: was dat gebrek aan begrip de tragiek der schrijvende dwergen?
Bestond hij eigenlijk wel in de geschiedenis van de literatuur als zodanig. Als dwerg. Dan wel als een bepaald typetje, dat zich laat omschrijven als literair experimenterende ambitieuze dwergen. Misschien. Maar dwergen die geen lente in hun bloed voelen wanneer het gebladerte kleur krijgt, hun erecties niet krijgen omdat nog geen hond de anus voor ze wilde openen, bestonden die wel? Had zo’n schrijvende dwerg wel enige kans op publicatie en algemene erkenning van de lezers? Dat je bovenaan komt in de top tien van meest verkochte boeken.
Hij besloot zijn met HB potlood handgeschreven manuscript te begraven in het Vondelpark. ’s Nachts. Niemand die het had gezien. Nabij een enorme eik, die in de buurt stond van de drie gracieuze berkenbomen uit de Krim. De volgende dag liep hij naar de slager. Hij kwam niet om vlees te kopen, maar om z’n eigen vlees te verkopen. Elke fijnproever wist dat dwergjesvlees een met niets te vergelijken delicatesse vormt, helaas zeldzaam verkrijgbaar. De slager stelde cash vierduizend euro’s voor, de algemene prijs voor het geringe aantal kilo’s jong dwergjesvlees, in dit geval des te exclusiever omdat de dwerg zelf vegetarisch was geweest.
‘Akkoord,’ zei de dwerg enigszins droevig en voelde zich nog kleiner worden dan hij al was. Hij werd, kromp ineen tot een dwergje. Hij ontving het bedrag en zou zich morgen melden in de kelder waar de ingang was van de voor consumptie bestemde slachtdieren, een kleine abbatoir. Maar er was één voorwaarde verbonden aan de deal: hij moest alvast een beentje laten afhakken anders ging de deal niet door.
Op een geïmproviseerde kruk verliet het dwergje de slagerij, die trouwens A. Zoet heette. Zoet hing het beentje in de vriescel aan een haak waar het kon uitlekken en bereidde zich voor op de volgende dag, sleep zijn slagersmessen zorgvuldig.
Wat kon het dwergje doen met het geld? Een beetje suf geworden van alle pijnstillers checkte hij of hij zijn verplichten was nagekomen, de gedachte dat hij van enige nalatigheid beschuldigd zou kunnen worden was verontrustend, stel je voor dat hij iets had vergeten. Hij was precies in dat opzicht. Alles was helemaal in orde, keurig geregeld, de maandelijkse huur was betaald, het elektriciteitsbedrijf was betaald voor het gebruik van gas en licht. Hij zou bij de bank geen schuld achterlaten en tot zijn opluchting was de administratie met de belasting ook okay, hij had zelfs geen kleine schuld, hield een lichtelijk tegoed over.
Tijdens de laatste nacht die hij mocht beleven, voelde hij zich wel wat sneu in de zin van diep ondergewaardeerd, mede als gevolg van zijn gefnuikte ideaal een schrijver te worden, zijn verwachtingen had hij niet kunnen waarmaken, toch was hij helder en licht van geest. Wanneer hij verder zou leven zou hij zich meer en meer sneu en afgewezen gaan voelen, daar zag hij juist zo tegen op. Meer afwijzingen, telkens die teleurstellingen incasseren, dodelijk pijnlijk.
In een vlaag van rariteit overwoog hij een brief te schrijven in de vorm van een afscheid. Die heeft hij evenwel nooit geschreven. En de uitverkoren mensen die later heerlijk dineerden in romantische sfeer hebben nooit geweten dat ze een groot literair talent hebben opgegeten.
Omdat de rijen huizen statig en ruimtelijk uitgebalanceerd waren, woonden er rond het Vondelpark vele mensen die hun bijdragen leverden aan de Nederlandse cultuur, ook schakers en Ajacieden, dwaas rijk geworden komieken maar ook advocaten en dergelijke kunstminnende elite. Dagelijks lieten deze mensen hun hond uit in het Vondelpark en het was tijdens een wandeling met zijn speurhond Boris dat Thomas L. het begraven manuscript van het dwergje vond, nog goed leesbaar. Boris blafte hevig alsof hij een spectaculaire archeologische opgraving had gedaan, leek te beseffen welk een belangrijke vondst hij deed.
Thomas was fondsredacteur van de literaire redactie bij een belangrijke uitgever. Een baantje dat hem als afgestudeerde neerlandicus nooit had verveeld, hoewel hij teveel materiaal las dat gebrekkig en onbeholpen was. Bij het eerste zinnetje dat hij van het opgegeten dwergje las kreeg hij meteen de sensatie op iets ongekends groots te zijn gestoten. Zo werd het werk van het dwergje alsnog uitgegeven, werd in no-time bestseller, zelfs de meest intelligente critici prezen het hemelhoog.
Naspeuringen van Thomas of er enige familie of vrienden van het dwergje bestonden waren tevergeefs geweest. De slager Zoet waar Thomas geregeld kwam voor z’n ossenhaasjes en biefstukjes wist niet dat Thomas een belangrijke literaire redacteur was, evenmin wist Thomas dat slager Zoet aangesloten was bij de illegale, geheime Ondergrondse Club der Kannibalen.
Short story AI-powered Dutch Literature translated in English language by AI, dedicated to all the readers who regonize a great story, slightly surreal,
He had grown tired of staring at the folds of the curtain in his little bedroom. He’d also grown tired of living in an alleyway somewhere in the center of Amsterdam that tourists had pissed all over. For some time now, he’d been looking for a way to spend his days more meaningfully, driven by the desire to connect with people—his contemporaries. That’s why he took up writing. To broaden his horizons from within.
He set out on a journey. Actually, with only one piece of luggage: himself. No suitcases. An undefined, grand, adventurous journey lay ahead. He spread his wings, but stayed focused. He let his thoughts wander in all directions, but he stayed focused. And he jotted things down. Jotted down everything that came to mind. Iron discipline.
As a budding writer, he yearned for an important role in this world; he wanted to make a worthy contribution among authors who combined as much style and insight with their undeniable relevance to the common good—colleagues who, no matter what they wrote, were recognized by their own book-loving, erudite generation.
But who could identify with the inner world of a dwarf? No matter how brimming his head was with sparkling thoughts about love and related subjects, such as life and death, all his work went unheeded; the publishers ignored him. They did not understand his short, jumbled sentences. At his wits’ end, he wondered: was that lack of understanding the tragedy of the writing dwarf?
Did he actually exist as such in the history of literature? As a dwarf? Or perhaps as a specific type of character—an ambitious dwarf experimenting with literature? Maybe. But did dwarfs who felt no spring in their blood when the foliage turned color, who didn’t get erections because not a single dog was willing to open its anus to them—did such dwarfs actually exist? Did a writing dwarf like that stand any chance of publication and widespread recognition by readers? Of reaching the top ten list of best-selling books?
He decided to bury his manuscript—handwritten in HB pencil—in Vondelpark. At night. No one saw him do it. He chose a spot near a massive oak tree, situated close to the three graceful Crimean birch trees. The next day, he walked to the butcher’s. He hadn’t come to buy meat, but to sell his own. Every gourmet knew that dwarf meat was a delicacy beyond compare—though, unfortunately, rarely available. The butcher offered four thousand euros in cash—the standard price for the meager weight of young dwarf meat, which in this instance was all the more exclusive because the dwarf himself had been a vegetarian.
‘Agreed,’ said the dwarf, somewhat sadly, feeling himself shrink even smaller than he already was. He shriveled up into a tiny dwarf. He received the payment and was to report the next day to the basement—a small slaughterhouse—where the entrance for animals destined for consumption was located. There was one condition attached to the deal: he had to have one leg chopped off, right away or else no deal.
On an improvised crutch, the tiny dwarf left the butcher shop—which, incidentally, was named A. Sweet. He hung the leg on a hook in the cold room to drain and prepared for the following day, carefully sharpening his butcher’s knives.
What could the tiny little man do with the money? A bit dazed from all the painkillers, he checked to see if he had fulfilled his obligations; the thought that he might be accused of any negligence was unsettling—imagine if he had forgotten something. He was meticulous in that regard. Everything was in perfect order, neatly taken care of: the monthly rent had been paid, and the utility bills for gas and electricity had been settled. He wouldn’t leave any debt behind at the bank, and to his relief, his tax paperwork was in order too—he didn’t even have a small debt; in fact, he had a slight credit balance left over.
During the last night he was allowed to live, he did feel a bit pitiful—in the sense of being deeply underappreciated—partly as a result of his shattered dream of becoming a writer; he had been unable to live up to his own expectations, yet his mind remained clear and light. If he were to continue living, he would come to feel increasingly miserable and rejected—and that was precisely what he dreaded. More rejections, having to endure those disappointments time and again—it was excruciatingly painful.
In a moment of whimsy, he considered writing a letter in the form of a farewell. However, he never actually wrote it. And the select few who later enjoyed a delightful dinner in a romantic atmosphere never knew that they had eaten a great literary talent.
Because the rows of houses were stately and spatially balanced, many people who contributed to Dutch culture lived around Vondelpark—including chess players and Ajax players, comedians who had become foolishly rich, as well as lawyers and other members of the art-loving elite. Every day, these people walked their dogs in Vondelpark, and it was during a walk with his tracking dog Boris that Thomas L. found the buried manuscript of the little dwarf, still perfectly legible. Boris barked furiously as if he’d made a spectacular archaeological discovery; he seemed to realize just how important a find he’d made.
Thomas was a series editor in the literary department at a major publishing house. It was a job that had never bored him as a Dutch literature graduate, even though he read too much material that was flawed and clumsy. From the very first sentence he read of the little dwarf’s work, he immediately sensed he had stumbled upon something unprecedentedly great. And so the little dwarf’s work was published after all, became a bestseller in no time, and even the most discerning critics praised it to the skies.
Thomas’s attempts to find out whether the dwarf had any family or friends had been in vain. Butcher Sweet, whom Thomas visited regularly for his tenderloins and steaks, had no idea that Thomas was an important literary editor; nor did Thomas know that Butcher Sweet was a member of the illegal, secret Underground Club of Cannibals.