Amos Oz en sublieme fotografie

door | nov 28, 2019

foto snapshot detail leestafel thuis 20 november 2019.

De roman van Amos Oz (intrigerende titel: Een vrouw kennen) kreeg onlangs een nieuwe derde druk van uitgeverij De Bezige Bij, geweldig initiatief, de eerste druk stamt uit het jaar 1991, destijds uitgegeven door uitg, Meulenhoff. Amos Oz schreef de roman in 1989, hij is samen met Meir Shalev een van de belangrijkste schrijvers van de Israëlische literatuur. Ik lees zijn werk meestal met een gevoel van bewondering. Wanneer je heel zijn monumentale oeuvre overziet is niet elke publicatie van zijn hand even subliem, niettemin is hij een auteur die stilistisch excelleert, thematisch een unieke reikwijdte kent, vele genres van episch tot essayistisch beheerst en daarmee zijn lezers wereldwijd weet te boeien en te behagen.

Sommige professionele schrijvers houden een verzameling bij van fragmenten uit romans die in een vloeiende volzin bestaan uit opsommingen van een (onbeperkte) hoeveelheid van voorwerpen, van eigenschappen of van afbeeldingen of van een aaneenschakeling van innerlijke projecties en dergelijke.

Amos Oz schrijft in deze roman hoe zijn hoofdpersonage, een geheim agent die na zijn uit dienst treden zijn leven probeert te ordenen, een flashback krijgt van een observatie in Bangkok, alsof hij in detail een caleidoscopisch tafereel op een schilderij van Jeroen Bosch beschrijft. Dit volgende fragment, pag. 151, mag niet in de verzameling ontbreken:

“De kroonlijsten bedekt met een veelkleurig tegelmozaïek met gedraaide gouden horens, de gigantische wandmozaïeken die over een lengte van vele meters scènes afbeeldden uit het leven van Boeddha, in kinderlijke kleuren die in tegenspraak waren met de melancholieke, serene vormen, de in steen uitgehakte monsters, die voor zijn eigen vervormden in het brandende equatoriale licht, leeuwen met drakenlichamen, draken met tijgerkoppen, tijgers met slangenstaarten, een soort vliegend kwallen, wilde kruisingen van monsterlijke goden, goden met een heleboel armen en vier gelijke gezichten die naar de vier windstreken keken, pilaren die steunden op zes olifanten, torentjes die hemelwaarts spiraalden als begerige vingers, apen en goud, ivoor en papegaaien …”.

Krankzinnige mix. De vliegend kwallen zie ik voor me. Het equatoriale licht dat hij noemt, is ook opvallend. Licht van of nabij de evenaar, wat we hier in Nederland nooit zien.

Rechts op de foto zien we de omslag van het naslagwerk FOTOVERHALEN uit de verzameling van het Gemeentemuseum Den Haag in samenwerking met het Fotomuseum. Deze publicatie, in 2014 uitgegeven, geeft een zinderende bloemlezing, beschouw ik als een van de beste Nederlandse fotoboeken, de meer dan 100 foto’s van verschillende fotografen (legendarische namen) zijn fantastisch en de begeleidende teksten zijn ijzersterk. Verveelt nooit. Inspireert. Onverpoosd. Regelmatig, al jarenlang blader ik erdoorheen. De omslagfoto is van Thorsten Brinkmann (Duitsland 1971) met de titel Donna Delle, verwijst naar de klassieke portretkunst die met Titiaan begon.