Het gevreesde writer’s block
Koude verloren decemberavond
Dylan zat thuis aan zijn schrijftafel, zoals hij daar bijna elke avond zat, laptop binnen handbereik, en hij bekeek zichzelf op afstand, vanuit het abstracte innerlijke perspectief, dus zonder een concreet visueel zelfbeeld, als een filosoof wetend dat wat hij zag ingesloten op maat gemaakte ommuurde ruimte was, uiterst beperkt, wetend dat het waarnemen zelf geen bron van kennis is, het zien staat los van het denken, het zien bepaalt vooraf geen kennis van de realiteit.
Stoïcijns bleef hij bij zichzelf, zonder verwarring over eigen identiteit, maar toch was hij kennelijk enigszins vertwijfeld. Hij voelde een dubieuze sfeer, die hij misschien zelf had gecreëerd, als middelpunt van zijn gedachten, denkwerk dat nog moest beginnen wanneer het over de tijd zal gaan, het wezen van de tijd, de beleving van een jaar, het snelle verstrijken van zovele nachten en dagen, al die gegevens plachten zich op te dringen. Maar hij negeerde ze. Hij had andere kwesties aan zijn hoofd. Zocht hij naar geestverwantschap? Zocht hij naar enige houvast, een anker in de geschiedenis? Op wie lijk ik literair gezien als schrijver, welke auteurs zijn mijn geestverwanten?
Al die vragen liet hij onbeantwoord, hij vond ze te complex om zich daarop te concentreren. Toen vroeg hij zich af wat hij ging doen. Strakke dwingende vraag, heel direct. Wat ga ik nu doen? Nu. Op dit moment. Kom op, wat is je antwoord? Doe iets, zeg iets, bedenk iets. Actie Dylan!
Hij wist het niet en vroeg zich af, passief: sta ik op het punt een liefdesbrief te schrijven? Niet de gemakkelijkste literaire vorm. Of heb ik echt een writer’s block? Hij wist het niet. Hoezo niet? Anders altijd gezegend (ironische synoniem: behept) met een overvloed aan zelfkennis. Nu zag hij alleen maar leegte, precies als de man aan de bar in het schilderij Nighthawks van Edward Hopper.
Welke man identificeerde zich niet met deze solitaire figuur? Succesvol of mislukt in huwelijk of carrière, elke zichzelf respecterende man kon zich in dat beeld van isolement en leegte herkennen. Nu dat hij dat schilderij in zijn visuele geheugen opriep, kreeg hij juist meer tegenzin om te gaan schrijven, bang dat hij geblokkeerd raakte.
Nog een glaasje rood drinken dan, voordat de motor van zijn literaire actieradius begint te draaien? Keuzestress kende hij niet, had wel heel veel vrije keuzes, verschillende opties en meerdere mogelijkheden. Meestal vond hij op intuïtie de juiste weg.
Hij begint te schrijven, schrijft aanvankelijk de liefdesbrief, de woorden stokken, bovendien zoekt hij naar de toon die past bij de ingetogenheid van zijn gevoelens. De brief, mocht hij die beeindigen zal hij evenwel zeker niet versturen.
Edward Hopper, Nighthawks (Vertaling: Nachtbrakers), olie op doek, 84,1 x 152,4 cm, 1942. Er bestaan op het internet moderne kunstmatige versies, die verduidelijken dat mensen zich herkennen in dit beeld, Zombies, clowns en duivels zijn daarin op groteske wijze toegevoegd. Wikipedia geeft een navenante analyse van dit Amerikaans meesterwerkje.
De nachtelijke sfeer van isolement. Het schilderij intrigeert juist ook door de merkwaardige lichval in het interieur wat in tegenspraaak is met de naturalistisch realistische opzet ervan. Suggereert mysterie maar ook bescherming voor de duistere wereld buiten, Amerika jaren 40 en 50.