Dagboek 2009 Auschwitz Birkenau

door | Dagboeknotities

Foto: Auschwitz, de gang in de barak met de fotogalerie van overleden kampgevangenen.

Ik maakte een filmpje van de hemel boven Auschwitz in de maand augustus, vol scherp daglicht, heldere hemel, uitgestreken lichtblauw. Telkens wanneer je getuigt van de dood vraagt de hemel om aandacht. Je bekijkt op zo’n moment het uitspansel met verwondering. Net zoals je de sterren ’s nachts bekijkt en je je beseft hoe zozeer die eeuwenoude sterren ons, kleine mensjes met beperkte levensduur, duidelijk maken dat we ons onnodig zorgen maken, onnodig druk ook over het belang van onze tijdelijke aardse activiteiten, terwijl er niets te verklaren valt. Leven noch dood. Alleen maar wind, geen verhaal, geen boodschap. Het universum gaat haar eigen absolute weg, wij hebben geen enkele invloed op die kosmische route en kunnen slechts zuchten hoe  ondoorgrondelijk de schepping is hoe onverdraaglijk het is dat alles wat is geen enkele vrolijke bedoeling heeft. Vrolijkheid is de kosmos vreemd.

Grote clichés sluipen je geest binnen, je laat ze toe, in Auschwitz word je mild. Daar komt de vraag, beukt weer op je in: waarom zijn de mensen zo wreed en waarom is het menselijke leven de moeite waard om te leven? Je kijkt weer in het stralende daglicht omhoog naar de hemel, die dood oogt, zonder ene aanwezige godje. De ruimte om je heen is even ongrijpbaar als de tijd waarin je leeft, even ongrijpbaar als het verleden, even ongrijpbaar als de feiten die weliswaar onverslijtbaar feiten blijven maar zichzelf hebben overtroffen en als fictie voortleven.

Ik ging alleen zonder mijn Poolse vriendin (zij had de ellende al eerder verwerkt) op bezoek in de concentratiekamp, ging met lood in mijn schoenen, bang voor de confrontatie, niemand in levende lijve met wie ik mijn gewaarwordingen en gedachten kon delen en ik dacht: hoeveel eenzaamheid heeft hier bestaan? Hoe weinig heeft de liefde, die de mensen voor elkaar hadden in dit kamp, kunnen uitrichten tegenover de wreedheid van de fascisten? Waarom is de liefde, toch een beslissende kracht die de mensen van alle volkeren in hun chaotische complexiteit bijeenhoudt en verbindt en een onmisbare orde schept in de wereld, zo ongewapend en steriel tegenover het kwaad?

Die ethische vraag had ik mij eerder gesteld, in abstracte zin, toen ik de toneelstukken van Shakespeare bestudeerde, gewelddadige drama’s die elke verbeelding tarten, maar het drama van Auschwitz, het werkelijke leven dat hier heeft plaatsgevonden, leek mij meer gruwelijker en meer totaal onvoorstelbaar absurd, aangezien het geen literatuur was, maar geschiedenis, een van de zwarte bladzijden die heel Europa besmeurt.

Na bezoek aan Auschwitz besef je dat de mens behalve een redelijk wezen ook een personificatie van de schaamte is. Je bent als je de barakken van het kamp uitkomt bevangen door de beestachtige beelden van degeneratie. Je hebt even wat tijd nodig voor de vrije transformatie van de geest, het omschakelen van toen naar nu, om het vertrouwen te herwinnen in de mensheid, die even makkelijk terroristen baart als geweldloze geliefden.

Oorlogen berusten op deze tegenstelling. Het is triest te weten dat deze tegenstelling nooit zal worden opgelost. Zolang er joden bestaan bestaat het antisemitisme. Net als armoede in de wereld heeft ook de oorlog het eeuwige leven. Nooit zal de wereldorde uitsluitend totaal vreedzaam zijn. Die eenheid van volkeren is ondenkbaar, behoort in het domein van grove illusies. Pessimisme is onze enige waarachtige keuze. Daar in Auschwitz, toen ik de foto’s nam van de toiletten wist ik als nooit van tevoren absoluut zeker: vergeet God, lieve mensen. die bestaat niet. Die gedachte heeft vele gelovige kampgevangenen in wanhoop en vertwijfeling gestort.

Mijn schilderij getiteld Auschwitz 60 x 40 cm, acryl op hardboard, 2007. .