Tekst uit dagboek van Danill Charms.
‘Ik was van plan, stelt u zich eens voor, ergens naartoe te gaan en greep mijn hoed om deze op te zetten, toen ik plotseling keek en het me toescheen dat het mijn hoed niet was, of eigenlijk ook wel de mijne en ook weer niet. Potverdorie dacht ik, wat is dit voor een duivelstreek. Is het nou wel of niet mijn hoed?
En intussen zet ik die hoed op en nog ’s op. En zodra ik met die hoed op in de spiegel keek, zag ik verdorie dat het precies mijn hoed leek te zijn. Maar intussen dacht ik bij me zelf wel: En als het nou eens niet de mijne is? Hoewel, het is misschien trouwens toch wel de mijne.
Het bleek uiteindelijk toch domweg mijn hoed te zijn.’