De Radicale Transformatie van Mondriaan
Piet Mondriaan onderging een boeiende persoonlijke ontwikkeling. Eerst schilderde hij precies naar de natuur, realistische scènes, molens en bomen, landschappen, duingezichten, soms gebruikte hij zelfs de rare pointillistische methode. In Parijs kwam hij in contact met de schilders die bezig waren met de samengestelde vormen van het synthetische kubisme.
Parijs, vol zoekende kunstenaars, waarschijnlijk ontstond daar zijn idee van het schilderij ‘Compositie met rood, geel en blauw‘ dat hij in 1922 voltooide en een belangrijk keerpunt betekende.
Het is een soort ontwikkeling die in de schilderkunst wel vaker voorkomt, denk aan Rothko, kunstenaars switchen makkelijk van de ene stijl naar de andere stijl van schilderen en ontwikkelen zich in tegenovergestelde richting. Op het gebied van de literatuur komt een dergelijke Mondriaanse ontwikkeling in het oeuvre van een auteur bij mijn weten niet voor. In de literatuur liggen de verschillen dichter bij elkaar; een realistische schrijver kan even zo goed absurdistische elementen toepassen, of andere stijlbreuken hanteren, maar hij blijft realistisch. En omgekeerd kan een absurdistische schrijver zoals Gogol zich fantastisch uitdrukken in de realistische verteltrant. Toch is zo’n Mondriaanse transformatie in theorie intrigerend. Stel je voor dat een schrijver als Marcel Proust zijn bloemrijke stijl achter zich zou hebben gelaten en ging schrijven als de Duitse filosoof Immanuel Kant, die in zijn proza bijna geen enkel adjectief gebruikte.
Het Fundamentele Kantelpunt
Van frivool figuratief naar extreem non-figuratief en abstracte kunst in optima forma.
Foto: Arnold Newman,
portret Piet Mondriaan,
New York City 1942.