Russische dichteres Marina Tsvetajeva

door | nov 14, 2013 | Dagboeknotities

Ik heb haar leren kennen via haar autobiografie getiteld: Marina Tsvetajeva: Herinneringen en portretten, autobiografie, privé-domein uitg. De Arbeiderspers. Heb het boek besproken onder de titel ‘Waardevolle literaire erfenis van onderdrukte Russische dichteres’. Nieuwsblad van het Noorden 4-12-81. De tijd toen uitgevers veel waardering toonden voor de Russische literatuur.

Uiterst tragisch leven, ging gebukt onder Stalinistische terreur, gevoelige maar robuuste Russische dichteres die zich bewust was van haar lot, geboren in een wreed stompzinnig tijdperk, op de verkeerde plaats in de wereld: de verschrikkelijke Sovjet-Unie. Ze leed aan ontberingen, armoede, liefdeloosheid en dergelijke toestanden, tot aan haar zelfmoord.

Ze drukt haar gevoel van isolement en miskenning uit in het volgende gedicht. Ik raakte verzonken in een melancholische stemming. Las haar in Nederlandse vertalingen, (bundeltjes die mondjesmaat verschenen), maar hoorde haar gedichten in het Russisch gevoelig voorgedragen door mijn ex-vriendin Marina Konstantinova, een bijzondere vrouw die in haar slaap verzen van Poesjkin prevelde, strofes uit Onegin die ze als kleuter uit het hoofd had geleerd.

Ik begreep wat Tsvetajeva’s poëzie wilde zeggen, enigszins, haar thema’s zijn onontkoombaar, ik voelde de emoties achter haar woorden en raakte onder de indruk van het verbluffende zelfvertrouwen dat ze had als dichteres, ze vertrouwde erop dat haar verzen, als het niet in haar eigen leven gebeurde, dan wel na haar dood gelezen zouden worden. Ze had een visionaire focus op de postume erkenning van haar gedichten, dat getuigt van een bewonderenswaardige innerlijke kracht.

En haar voorspelling kwam uit: ze werd een icoon van Russische poëzie.

Mijn verzen, die ik jong al heb geschreven,
Voordat ik wist een dichteres te zijn,
Als vuurwerk spattend, vonkend en vol leven,
Bruisend als een fontein,

En die als kleine duivels binnendrongen
In ’t rijk dat vol van droom en wierook was,
Mijn verzen, die de dood, de jeugd bezongen,
En niemand die ze las!

Die op bestofte winkelplanken kwijnen,
Waar niemand ze een blik ooit waardig keurt,
Mijn verzen komen, zoals goede wijnen,
Nog wel eens aan de beurt.

Vertaling: A. Stoffel,
zij is tevens de vertaalster van A. Tsjechov