Meneer K: Achter De Feiten Aanhollen Maar Welke?

door | jan 8, 2026 | Meneer K


Buiten op straat hoorde hij een vrouw roepen: ‘Help!’ Gewoonlijk was de straat ’s avonds stil als het Antarctica. Hij keek langs het gordijn uit het raam. Zag niets bijzonders. Weer hoorde hij de vrouw om hulp schreeuwen, deze keer klonk het dringender: ‘Help!’
Hij ging even buiten kijken. Hij zag de vrouw hardlopen; ze rende rechtstreeks op hem af, hield haar schoenen in de handen en zwaaide ermee. Ze werd achtervolgd door twee mannen. Ze rende aan hem voorbij en schreeuwde ‘Help me!’
Zonder nadenken, gevoelig voor de hulpeloosheid van vrouwen, stortte hij zich voor de twee mannen. Hij werd letterlijk onder de voet gelopen. Een van de mannen keerde terug, hijgend bekeek hij Kusmelier die languit op de stoep lag.
Kusmelier bleef even liggen. Hij herkende de man: niemand minder dan de burgemeester van Amsterdam! Ook de andere man keerde terug, ging naast de burgemeester staan. Deze man was kaal en gekleed als een bodyguard, droeg een grijs oordopje.
Beide mannen zeiden niets en keken naar Kusmelier. Ze waren uiterst verbaasd en schoten bijna in de lach alsof de humor op straat lag.
Kusmelier, die de humoristische vormgeving van deze straat scène weinig kon waarderen, krabbelde overeind. Ook hij zweeg, was sprakeloos, met stomheid geslagen. Tot z’n verbazing keerde de vluchtende vrouw terug. Ze kwam rustig aanlopen en ging naast hem staan, zocht een beetje bescherming. Ze stonden nu samen als in een gesloten cirkel waar de werkelijkheid geen greep op had. De onbeslistheid van het moment was sterk, toch had de cirkel een bepaalde hiërarchie. Was de burgemeester het middelpunt of was het de vrouw om wie alles draaide? 

Hij dacht: stuit je zomaar plotseling op de burgemeester, word je door hem onder de voet gelopen, dat is even schrikken! Hij keek de burgemeester aan. Hij was een intrigerende verschijning, je kon in z’n ogen niet lezen wat ie nu van plan was. Ging hij zich verklaren? Excuseren?

De burgemeester verbrak de cirkel abrupt en liep met z’n bodyguard weg, gewoon alsof ze een avondwandeling maakten. Niets aan de hand. Liepen we iemand omver? Achtervolgden we een vrouw op de vlucht? Kom, laten we een biertje gaan drinken, de avond is nog vroeg.

Kusmelier bekeek de dame met bescheiden belangstelling. Ze liet zich even bekijken, haar ogen schoten opzij, vermeden hem, lange haren slingerden dwars over haar gezicht, druppeltjes zweet op het voorhoofd, rode vole lippen. Ze suggereerde iets wat de mannen eeuwenlang achterna holden. 

Voordat de geest over Kusmelier vaardig werd en hij kon begrijpen wat hier precies aan de hand was, waarom hij moest worden overrompeld, verstard als hij was in de gesloten cirkel, voordat hij kon informeren naar de toedracht van dit voorval, stapte de dame in haar schoenen en liep ze de burgemeester en de bodyguard achterna.
‘He, wacht even, ik wou je iets vragen,’ riep Kusmelier. Zij keek verschrikt achterom en sloeg op de vlucht voor hem. Weer nam ze haar schoenen in de hand en begon ze hard te lopen. Hij holde achter haar aan. ‘Help!’ riep ze weer. Ze liepen voorbij de burgemeester en de bodyguard. Die begonnen ook weer te hollen, achter de dame en Kusmelier aan.