Geveinsd Overspel
K moest een keer z’n toevlucht nemen tot geveinsd overspel, loog hij in de vorm van een bekentenis tegen z’n Russische vriendin M. Hij had een intieme relatie met haar en ze woonden samen in zijn huis, hartje Amsterdam. Hij vertelde haar dat hij in Antwerpen met een andere vrouw sliep op wie hij viel, amoureus niet zozeer maar seksueel.
Dat kwam verpletterend hard aan! M was gechoqueerd. Haar wereld stortte in. Ze is na drie dagen hongerstaking (lag met koorts in bed, haar gezicht lijkwit) meteen vertrokken naar Moskou.
Dat ging hem wat te snel. Heimelijk had hij op een averechts effect gehoopt, dat ze er doorheen zou zien, dat ze zou zeggen ik geloof je niet jongetje, kom nou maar hier in je eigen bed en doe niet zo stoer over een Antwerpse liefde. Maar als je overspel bekent, ook al was die bekentenis onwaar, dan is het vertrouwen in de liefde kapot, ernstig beschadigd, moeilijk om het daarna te repareren met woorden, vooral de woorden van een leugenaar zijn dan kansloos.
Hij ervoer haar vertrek later als een gemene pijnlijke afwijzing. Juist door die afwijzing, als een vlam die het vuur opstookte, werd z’n begeerte haar wederom lief te hebben aangewakkerd. Haar koude marmer te kunnen trotseren, dat was de uitdaging.
K dacht concreet aan een visum. Hij haatte dat document maar toch was het nodig zijn vriendin in Moskou te kunnen bezoeken. Hij wilde zich eerst innerlijk een beetje voorbereiden op de ontmoeting. Kon hij aan haar uitleggen dat hij het verhaal van overspel had gelogen? Geloofwaardigheid, hoe overtuig je iemand die van nature, want Russisch, sceptisch is?
Hij begon alvast op de tekst te studeren waarmee hij haar zou toespreken. Eerst gewone koele praktische bewoordingen gebruiken, dan als een acteur, zo’n type pathetische acteur die in de stijl van de Stanislavski-methode, omwille van de totale psychologische waarachtigheid, op de knieën vallen en haar smeken: ‘Liefste! Liefste toch! Mijn excuus. Excuus. Excuus!’
Heel goed mogelijk antwoord: ‘Ga uit mijn ogen, slijmbal!’
Moskou liet hij maar even wachten. Hij dacht aan haar grillen, haar angsten waar ze van dichtklapte, niet in staat tot (emotioneel) communiceren, telkens dat dwangmatige zwijgen, die uitdrukkingloosheid van haar, uiterst irritant.
Misschien moest hij er zich toch maar bij neerleggen dat de verhouding echt definitief voorbij was, erkennen dat hij in feite een venijnige Russische intellectuele adder op z’n borst had gekoesterd.
Ze had als emigrant een onverholen afkeer, een soort Hollandhaat. Ze hekelde alles wat Hollands was, tot aan de taal toe, op de zoute haring na. Hopeloos geval die M.
Ze leefde nu waarschijnlijk met rancune jegens mannen weer in Moskou. Hij wilde haar toch een keer oog in oog vertellen dat hij haar niet had bedrogen met overspel. Dat vatte hij op als een taak die hij in de toekomst niet mocht verzuimen, zo stelde hij. Maar dat hij daar zijn leven lang niet aan toe zou komen leek hem ook heel vanzelfsprekend. Vooral nu het Russische Regime kreunde wegens een tekort aan roomboter.