Dubbeltalenten
illustratie uit mijn archief collages (papercuts)
In zijn bundel opstellen fraai getiteld KAREL schreef Willem Frederik Hermans: ‘Als mijn hoogbejaarde zus een snor had dan zou ik haar zeiksnor noemen.’ Hij had wel humor die Willem, hier weet hij de platte term zeikwijf te vermijden en komt ie met een grappige variatie. Tegen mij zei hij, als schrijvers onder elkaar, nadat hij mijn roman had gelezen: ‘U hebt wel talent, geloof ik.’ Willem dat heb je goed gezien. Ik barst van de talenten, niet alleen als literaire auteur en recensent Russische literatuur, maar ook als beeldend kunstenaar. Of dat extra zoden aan de dijk zet? Ben ik als dubbeltalent puissant rijk geworden? Wat dacht je Willem, daar in het hiernamaals, hebben dubbeltalenten goud in hun handen?
Je was zelf ook een fotograaf, niet onverdienstelijk, en je monteerde en manipuleerde beelden, maakte je mooie met het perspectief vloekende collages, een beetje in de stijl van dada, daar speelde je mee, de creativiteit spatte er van af, vooral de collages gepubliceerd in je satirische meesterwerk Mandarijnen op Zwavelzuur. Maar erkend als dubbeltalent werd je niet. Je viel in het niets, vooral vergeleken met je tijdgenoot Armando.
Het Staren Naar Eigen Nieuw Werk
Armando was een groot dubbeltalent, uniek, ongekend. Een keer vroeg iemand aan hem hoe hij eigenlijk als autodidact, dus zonder enige kunstzinnige opleiding een galerie wist te strikken voor zijn werk. Armando zei toen: “Gewoon, je mondje opendoen.” Daar schoot ik van in de lach.
Je kunt Armando plaatsen in de categorie tripple-talent, iemand die beschikt over drie verschillende talenten, in elk apart blonk hij uit, naast het schrijven en schilderen was hij muzikant, speelde hij als violist de sterren van de hemel met zijn orkestje dat een voorliefde had voor het repertoire Hongaarse zigeunermuziek.
Gesproken over zoden aan de dijk. Armando is puissant rijk geworden, vooral door zijn beeldende kunst. Toch bleef hij schrijven, lucide groteske kinderverhalen. Schitterend werk, leverde edoch geen fuck op. Ik vroeg hem een keer waarom hij dat bleef doen, aangezien hij al flink verdiende met zijn schilderijen. ‘Ja in de kunst verdien je veel meer, daarom maak ik schilderijen en doe ik ook beeldhouwwerk, met een boekje verdien je niets nou ja aanzienlijk minder.’
Hij scoorde geen gigantische bestsellers, maar hij deed het met veel plezier en genoegdoening, die fantastische verhaaltjes schrijven, zoals hij ook viool speelde, in de vorm van aanstekelijke lichtzinnigheid, maar het schilderen zelf als medium, dat nam hij bloedserieus. Zat hij uren en uren te kijken in zijn atelier. “Wanneer is een schilderij af?’ vroeg hij aan zichzelf en kwam toen tot het inzicht: “Je kijkt het af. Je kijkt net zo lang totdat het af is.” Prachtig. Kijk, staren is ook een kunst.
