Selfie Chaotische Werkplek Stedelijk Museum Amsterdam
locatie Stedelijk museum Amsterdam, 3 september 2024.

DE TIJD DIE MEELOOPT ALS GEZELSCHAP
Wanneer ik mijn voordeur verlaat en naar het Stedelijk Museum wandel duurt het precies een uur dat ik door een van de twee draaideuren van het museum naar binnen loop. Deze exacte tijdsduur is afhankelijk van de route die ik loop en van de schoenen waarmee ik loop. Loop ik dezelfde route met dezelfde schoenen dan is het steevast precies een uur, op de kop af. Wanneer ik terugloop, van het museum naar huis en precies dezelfde route neem, doe ik er langer over, soms wel 10 minuten, geen sprake van enige afleiding of extra stimuli onderweg.
Die tien minuten, dat vind ik een opvallende marge. Laat zich wellicht verklaren uit het feit dat ik mij heb vermoeid in het museum, energieniveau gedaald. Langer dan een uur verblijf ik niet in het gebouw, dat heb ik met mijzelf afgesproken en ik houd mij aan die afspraak, ongeacht welke tentoonstelling dan ook.
Op een middag ben ik drie uren kwijt, meestal van 14.00 uur tot 17.00 uur, wanneer het niet regent. Op de terugweg houd ik mij wandelend door de straten dagdromend abstract bezig met het tijdsverschil van heenweg en terugweg, vertrekken en arriveren, van huis naar het museum. Het onmiskenbare aspect van vermoeidheid, immers je slentert in de zalen van het museum rond, heeft te maken met het verplaatsen per eenheid (bijvoorbeeld mijn lichaamsgewicht) in een zwaartekrachtveld (bijvoorbeeld centrum Amsterdam).
KAKELBONT ROMMELTJE VERWIJST NAAR OORLOG
Toen ik de selfie nam kwam ik net terug van mijn vijf dagen reisje Polen en wandelde naar het Stedelijk om te zien of dat nog klopte, dat ene curieuze uur. Nee dus. Mijn routine was verstoord. Maar wat ik zag in het museum was de wandeling waard geweest, want zelden zulk een kakelbont rommeltje gezien. Op de foto bevind ik mij in de werkplek en aanschouwde de chaos, alles schijnbaar kop noch staart, vlees noch vis, toch okay dat kunstenaars dat nog weten uit te drukken. Bagger. Weliswaar zonder enig contrapunt zodat het werk ook geen enkele harmonie belooft. Want we leven in oorlogstijden. We staan, zoals de oorlogszuchtige landen in de wereld tekeer gaan, op de drempel van de Gevreesde Derde. Van kakelbont wordt het rommeltje zwart. Denk aan as, de lijken eronder bedolven.