Scheepsjournaal ontdekkingsreiziger Abel Tasman
Notitie, datum 21 jan 2022
Vandaag in mijn krant las ik een opmerkelijk evocatief stukje dagboek zowaar eeuwen en eeuwen geleden geschreven. Niemand minder dan Abel Tasman (!603-1659) is de auteur, hij hield een journaal bij van zijn zeereizen. Hij begint met het zinnetje: ’s Morgens was het stil.
Dit vind ik een fantastisch zinnetje. Je vraagt je meteen af hoe het ’s nachts was? Toch ook stil? Daar op zee. Onder fonkelende sterrenhemel. Op het schip in dienst van VOC, waar je hebt geslapen als een marmot, schommelend op kalm water. Pas in de middag krijgt het schip bezoek van inboorlingen, die vanuit hun eiland in een prauw op verkenning uitgaan, blanken hebben ze niet eerder gezien. Het wonderlijke enorme zeilschip dat voor anker ligt wekt hun nieuwsgierigheid.
Abel Tasman had een bijzondere manier van observeren, hij beschrijft de nieuwsgierige inboorlingen beknopt op fraaie minimalistische wijze, geen opsmuk:
‘Ze waren naakt, bruin van kleur en wat meer dan gemiddeld lang.’
Ik herlees het zinnetje, ik val op de formulering ‘bruin van kleur’ daar struikel ik over, bruin is al een kleur. Ik herlees het zinnetje nog een keer. Bruin van kleur, dat laat ik even liggen. Nu val ik op het woordje naakt. Schipper Tasman gebruikt het achteloos. Waarom naakt? Die mannen in het bootje droegen geen kleding, kan je toch gewoon schrijven ze hadden geen kleding aan. In het gebezigde woord naakt schuilt onbedoeld iets wellustigs. Was Abel homofiel? Nee, hij was getrouwd en had een dochter. Kan mij niets schelen, maar viel hij op mannen? Vrouwen werden op het schip niet geduld toentertijd. De bemanning bestond uitsluitend uit mannen. Stel je voor, al die tartende liefdes onderling. Geen krakkemikkige ego’s maar stoere mannen ver van huis op zee worstelend met hun libido.
Hier laat ik die gedachtegang even los en lees het door de redactie ingekorte fragment uit. Het eindigt fraai, beschrijft de situatie waarin de schippers verbaal contact proberen te maken met de inboorlingen die in hun bootje dichterbij zijn gekomen. Ook zij gebruiken hun eigen communicatiesysteem luidkeels, een volslagen onbekende taal voor de schippers, nu schrijf Tasman gevat: ‘ wij verstonden hen net zo min als zij ons.’
Ik denk ongewild aan een tolk, zou handig zijn geweest, maar is absurde gedachte. Voel ik enig verlangen, aangewakkerd door dit stukje dagboek van Abel Tasman? Zou ik daar toen met hem ook aan boord willen zijn geweest? Het avontuur tegemoet? Of is dit verlangen te verklaren uit de neiging te ontsnappen uit het hier en nu, de huidige ongezellige problematische tijd van de pandemie? Een geval van escapisme, de vlucht uit de dagelijkse werkelijkheid.
Voetnoot:
VOC is de afkorting van Vereenigde Oost-Indische Compagnie, handelsvereniging (1602-1798) die het monopolie bezat op de handel met het voormalige Nederlands-Indië.