Kunstbeurs Rai Amsterdam 2021

door

De ingang van de kunstbeurs in de enorme Europahal. Foto’s: Jan Hontscharenko

Amsterdam, 9 september 2021.

Bezoek je een kunstbeurs welke dan ook dan weet je dat je niet alles wat wordt aaangeboden kunt gaan zien, dat je aan veel werk voorbijloopt dat je niet alles meekrijgt van het geheel dat getoond wordt, niet alles, alles zeker niet, onbegonnen werk, maar wel het opvallendste wat er hangt aan de witte wanden van de totaal 80 nationale galeries. Ik test mijn eigen criteria met de vraag: wat is voor mij het meest opvallend?

Alleereerst even goed beseffen, 80 galeries. Nogal een bizarre hoeveelheid kunst. Je wilt er geen marathon kunstkijken van maken, je selecteert op eigen voorkeuren. Je houdt altijd respect voor de grandioze meesters uit vorige eeuwen, de voorlopers, maar je hoopt hier geen van al die kunstenaars tegen te komen, die ontmoette je al voldoende uit de kunstboeken en retrospectieven in de musea. Zou er een van Gogh hier hangen, je zou er niet eens bij willen stilstaan, je maakt natuurlijk graag een uitzondering voor Mondriaan, moet het wel werk zijn uit zijn geometrische periode. Ooit stond je in het museum (Den Haag) oog in oog met het doek getiteld Boogiewoogie. Adembenemend. Onvergetelijk. Inspirerend.

De 36ste editie van de kunstbeurs telde 80 voornamelijk Nederlandse galeries.

Ticket van een bevriende galerie gekregen. Via een QR-code op je smartphone kom je binnen. Daar ga je. Je neemt je het volgende voor: gewoon je kritische oog volgen en vertrouwen op je kennis van de kunstgeschiedenis. Niet meteen teveel negatief oordelen, als je dat kan, probeer je in te houden, je gaat bepaald niet op zoek naar de helende werking van kunst want die bestaat niet. Goed, laconieke tred, al slenterend door de wandelgangen van de beurs, kijkend met open vizier, je weet: het beste pik je eruit tijdens de twee uren max die je voor jezelf als altijd geïnteresseerde kunstkenner hebt gereserveerd in je agenda, daarna – je kent jezelf – maak je je schielijk uit de voeten. En wil je een tijdje geen kunst meer zien, behalve natuurlijk het eigen prachtige werk dat bij je thuis hangt.

Je bent zowaar ietwat optimistisch gestemd, ietwat, misschien zie je vandaag werk dat niet vaak te zien is, spektakel, iets van de nieuwe lichting, de helden van nu, generatie vol branie, brutaliteit, provocaties, je bent oprecht nieuwsgierig naar het niveau dit jaar, de kwaliteit is zacht uitgedrukt nogal wisselend geweest de laatste jaren, je hoopt vandaag geen deprimerende confrontatie te moeten ondergaan met de verziekte toestand van de moderne hedendaagse kunst. Overal geknoei met kleuren, alles divers maar vreselijk doorsnee, wezenloos materiaalonderzoek, stuntelige figuraties, schaamteloze clichés en dergelijke. Binnen de ruimte van twee uren kunstkijken veroorloof je jezelf eventueel te laten verrassen, dat je daarna je bezoek achteraf mogelijk gaat herinneren als overweldigend, onthutsend en onvergetelijk. Je hebt er een moord voor over. Toch? Je verlangt naar euforie in plaats van de alledaagse door coronacrisis ingegeven dofheid.

Hier en daar knoop je een kort obligaat gesprekje aan met galeriehouders, die je decent en afstandelijk toeknikken, je observeert de stagiaires, jonge meiden die verleidelijk glimlachen, ze paaien en zetten hun haakjes uit om de kunstkopers te vangen. Je kent het beeld, je weet dat hun tactiek klassiek is en je denkt laat maar mooi toch en je loopt door en opeens vraag je je af: hé, waar zijn de naakten? Wil je gaan kijken naar doeken met expliciete naaktfiguren, dan moet je lang zoeken. Wat jou dat zegt weet je uit ervaring (empirisch bewijs), namelijk: de huidige tijdgeest gaat meer dan ooit gebukt onder onwaarschijnlijke preutsheid die hand in hand gaat met de zedelijke verontwaardiging alom over racisme, seksisme, slavernij en dergelijke. Naakten, onverbloemd, zoals bijvoorbeeld Lucien Freud ze schilderde kom je hier niet tegen. Geslachtsdelen zijn taboe geworden. Social media zoals Instagram censuren afbeeldingen van vrouwelijk tepels. Kierde die censuur ook door naar het domein van de beeldende kunst? Je houdt je hart vast en je bedwingt een kriebelhoestje.

Je slentert verder, je raakt spontaan in contact met een ervaren kunstenaar die serieus vertelt waar hij echt mee worstelt: hij wil wel naar abstract gaan maar kan de figuratie niet verlaten, hij mengt nu beide en kiest voor het ongewisse genre. Vele kunstenaar zijn bang voor het absolute abstracte en herhalen zichzelf met betekenisloze doeken waar niettemin een vet prijskaartje aanhangt. Fabrieksmatige productie die de portemonnee spekt.
Je hebt nog een krap half uurtje te gaan, je bent nu op de helft van je route en je loopt op de roze vloerbedekking met een glaasje chardonnay veder de hal in langs de witte wanden waarop de namen van de galeries in welhaast onleesbare verticale richting zijn aangebracht, zwarte letters, type Helvetica? Langzaam verdwijnt je optimistische gevoel, je ontmoet mensen die je vaaglijk kent uit de kunstscene en sociale netwerk, personen die je liever snel ontwijkt, dat lukt aardig want ze weten dat jij een tikkeltje schuw bent en niet houdt van plichtplegingen. Daar loopt Jeroen, god wat is hij oud geworden. Waar is zijn creatieve vrouwtje dat hem altijd vergezelt? Zij is toch niet heengegaan.

Langzaam op weg naar de uitgang, nu begin je toch na te denken, weinig wenselijke want ontmoedigende gedachten dringen zich op, oké je bent bereid een oogje dicht te knijpen voor alle minder mooie aspecten van de beeldende kunst, die zijn nu eenmaal onontkomelijk maar die mogen je eigen vertrouwen in de kracht van de moderne kunst niet aan het wankelen brengen. Dus je houd je kranig, je zegt tegen jezelf stoor je niet en je geeft als in een tactische manoeuvre nu ruim aandacht voor je geheime genoegen. Je gaat op zoek naar het meest afzichtelijke kutwerkje dat hier hangt. Ja dat wil je nu doen. Even kijken waar je kan beginnen.

Het ene ultieme kutwerkje

Tijdens het bezoek aan kunstbeurzen ga je als je de tijd ervoor over hebt speciaal kritisch op zoek naar dat ene onvervalste bijzondere kutwerkje, om tegemoet te komen aan je eigen satirische neigingen, dat kutwerkje ofwel bombastisch vodje hoeft niet klein te zijn, medium of large, een groot bombastisch belachelijk uitgepoepte kutwerk dat mag ook, klein of groot, kan niet missen zoiets wordt altijd gegarandeerd tentoongesteld door deze en gene galerie. Dan geniet je van de wansmaak, zoals je ook op de websites van huizenverkopers, zoals Funda, naar interieurs gluurt, dat je dan foto’s ziet en vaak denkt hoe in godsnaam hebben ze zo’n interieur kunnen verzinnen, zo fucking lelijk, dus gewoon heerlijk om naar te kijken, foute esthetiek. (Wansmaak, is technisch gezien even ondefinieerbaar als het tegenovergestelde ervan.)  Je zoekt rond, al snel blijkt dat je echt teveel opties hebt om meteen een scherpe keuze te maken welk kunstwerk het predicaat bombastisch vodje verdient. Je neemt achteloos enkele foto’s, van zowel foto’s, schilderijen en sculptuurtjes, om die later nader te bekijken. Behaaglijk walgen in huiselijke sfeer.

Geert van Fastenhout (1935-2016) Schilderij no 29-1989, olie op doek, afmeting: 50×50 cm, Gedistingeerde kleuren, prijs 7.500.  Galerie Reub, Amsterdam

Minimalistisch hoogtepuntje

Toch een hoogtepuntje. Je ziet werken van de unieke kunstenaar G. van Fastenhout (1935-2016) niet altijd voorbij komen, je weet hij is nauwelijks bekend in Nederland, weinig mensen kennen zijn werk, de toeschouwers lopen er snel aan voorbij, je ziet natuurlijk meteen dat die kunstenaar al is overleden. Toch is hij in kunsthistorisch opzicht een belangrijke kunstenaar, zijn consequent abstract geometrische werk is in Japan wereldberoemd en omdat Japanse kunstverzamelaars van zijn werk houden, is de waarde ervan buitenproportioneel gestegen. De galerie die hem te koop aanbiedt presenteert hem met trots en bravoure. Je vreest dat elk moment de rode stip komt. Je zou het zelf hebben willen kopen, zonder dat domme truttige lijstwerk eromheen, dat belemmert het vierkante doek vrijuit te ademen en oogt als een keurslijf. Krikt wel de prijs op, maar dat weet je niet zeker.

Oké genoeg gezien, je loopt bijna uitgeput toch enigszins voldaan richting exit via een uitgestippelde route en de als een stewardess geüniformeerde jonge dame, een vriendelijke Surinaamse schoonheid, vangt je op en vraagt of je straks terugkomt. Je vraagt hoezo? Nou zegt ze accentloos dan krijgt u een stempel van mij, daarmee kunt u straks bij de ingang gewoon doorlopen. Je hoort jezelf gortdroog zeggen nou ik kom volgend jaar wel weer terug, achter je rug weerklinkt een gulle welluidende lach. Je geniet even kort maar intens van die lach en daarmee sluit je je verkenning van de kunstbeurs 2021 af.