Dagboek avontuurlijke kerkhofwandeling
I.R.Relevantsky
Ik wandelde op een oud kerkhof waar ik totaal niemand van alle doden netjes in hun rechthoeken in de aarde begraven kende, maar voelde mij geen vreemdeling. De dood, mijmerde ik, hoe verhoud ik mij nu tijdens het ouder en ouder worden tegenover het doodgaan? Verzoenend of getergd, gefrustreerd? Of ben ik al onbemiddelbaar angstig straks het leven te moeten verlaten? Eigenlijk tastte ik in het duister. Je weet het pas, hoe je reageert, wanneer je in je sterfbed ligt, of je je hebt voorbereid en je ook al word je onverhoeds overvallen, gewoon kalm blijft tijdens dat allerlaatste moment van je leven, of dat je volkomen in paniek raakt en schreeuwt met een scherp, doordringend stemgeluid in huilen uitgebarsten als een kind gekooid in onwetendheid: ik wil niet, ik wil niet!
Mijn oog viel op een van de grafzerken. I.R Relevantski stond op het grafzerk, gebeiteld in het marmer. Ik bleef even stilstaan bij het graf, verbaasd over die naam, die ik las als het woord irrelevant, betekent onbeduidend, gering, zonder betekenis.
Relevantski? Dacht ik en probeerde onverschillig verder te lopen. Iets hield mij tegen: de nieuwsgierigheid naar een dode onbekende man genaamd. I. R. Relevantski? Wat betekende die I.R? Welke voornamen?
Ik las de volledige gegevens. Man geboren in de Tweede Wereldoorlog en gestorven vele jaren daarna. Behalve het feit dat hij hier alleen lag, zonder enige familie, was alles min of meer heel gewoon, niets bijzonders, eigenlijk inderdaad betekenisloos, want gestorven in een tijd die al ver weg was en nooit terug komt, maar toch intrigeerde die Slavisch klinkende naam mij.
I. R. Relevantski. Wie was hij? Wie heeft geluisterd naar deze naam? Een geëmigreerde Pool? Dolende ziel? Eenzame zwerfhond? Hoe was zijn leven? Vergeefs, irrelevant? Geen epitaaf, zelfs een religieus statement ontbrak. Doodsoorzaak natuurlijk ook niet vermeld. Misschien overleden door een ziekte die begonnen is met een gezwelletje. Wat was zijn verhaal? Al die op zich zinloze vragen riepen niets op
Ik wandelde verder en las de gewone Hollandse namen, zoals Mulder en dergelijke. Toen ik het kerkhof verliet moest ik weer aan meneer I.R. Relevantski denken. Eén grote blanco onbepaalde ruimte doemde in mijn hoofd op. Er was in die ruimte zoveel plaats zowel voor iets concreets als iets abstracts, zowel voor beelden als woorden, die ruimte wachtte op invulling, of een ingeving die iets vertelde, of een verrassende door mijn fantasie gegenereerde wending, dit was toch het moment voor een associatie met de naam Relevanski, niets daagde, ik kon niets bedenken, niets schoot mij te binnen.
Was dat de clou? Was ik dankzij I.R. Relevanski op het spoor gekomen van het Grote Alomtegenwoordige Niets waar alles uit is ontstaan, leven en dood. Theorie geliefd door weldenkende atheïsten, maar kon of wilde ik mij wel bij hen aansluiten? Was ik zover? Dat niets, daarover twijfelde ik nog steeds. Wat voor voorstelling ik ervan had, wist ik eigenlijk niet. Het moedigde wel mijn abstract denken aan.
Vergeet die I.R. Relevanski zei ik tegen mijzelf en verplaatste mijn aandacht naar de actuele wereld, trad met gretige tred de stad der levenden weer in, werd begroet door de adorabele hectiek ervan, meteen voelde ik een contrast met de leegte, stilte en bewegingloosheid van het kerkhof, heel goed dat contrast want dat was een teken van mijn vitaliteit. Ik was geneigd een frivool audiootje te doen, bijna slaakte ik een kreet van vreugde. Uit vrolijkheid tot ene danspasje genegen was ik niet, toch had mijn wandeling op het kerkhof, mede dankzij de ontmoeting met de heer I.R. Relevanski mijn fundamentele waardering voor het leven een extra stimulans gegeven. Ik voelde dat ik dat vandaag even nodig had.