Intrigerende bewering van Marcel Proust

door | mrt 6, 2018 | Dagboeknotities

Citaat uit de briljante roman met de schitterende titel Op zoek naar de verloren tijd.

‘Als we een bepaalde leeftijd voorbij zijn, gaan de ziel van het kind dat we waren en de zielen van de doden uit wie we zijn voortgekomen, ons bedelven onder hun rijkdom en betovering…’

Enkele bedenkingen

Dit op het oog simpel tekstje intrigeert mij, houdt mij al jaren bezig. Roept vele bijgedachten op. Marcel Proust schets hier een wel heel optimistisch en enigszins metafysisch beeld van het proces oud worden, nogal naïef, als ik dat woordje mag gebruiken.
Wat hij bedoelt (het lucide spirituele openstaan voor de betovering van de jeugd) gaat eigenlijk alleen op wanneer je terugkijkt op een gelukkige jeugd in het altijd warme gekoesterde gezelschap van fantastische stimulerende ouders en overige niet minder enthousiaste familieleden.

Maar wanneer we op een bepaalde leeftijd zijn en onze jeugdtrauma’s hebben verwerkt en de geestelijke pijn die we dwangmatig ondergingen in een sterk conflictueus en disfunctioneel gezin eindelijk min of meer overwonnen hebben en wanneer dan op je oude dag je kindertijd weer opspeelt, waar je geen plezier aan terug beleeft, integendeel, dan loop je de kans dat ook je gestorven ouders en andere vermaledijde doden je weer lastig vallen met hun ellendige problemen en hun tirannie. Stel je voor. Wat erg! Vreselijk lijkt me dat. De zielen van de doden die het proces van je eigen geestelijke aftakeling versnellen, totdat je helemaal afgestompt bent en uitgeput raakt en slechts een enkel verlangen je in leven houdt: het doodsverlangen.

Terwijl ik dit schrijf, merk ik plotseling dat ik onbedoeld een nogal theatrale dramatische richting ben ingeschoten met mijn reactie op het citaat Proust. Wellicht is een meer ingetogen reactie geëigend– beter op zijn plaats. De vraag die ik stel is deze: kan je na een liefdeloze jeugd toch nog met een glimlach of blijmoedige grijns de herinnering aan je kindertijd achteraf terug beleven, of meer euforisch, met de ervaring van schoonheid en betovering, zoals Proust schrijft? Waarschijnlijk toch wel. Wie wil de magie van het kindzijn ontkennen. Dus nu kan ik gerust het volgende concluderen. Ook al was de jeugd zonder vreugde, liefde en troosteloos, het gaat om de volheid van het leven, tegelijkertijd goed en kwaad, obsceen en lieflijk, waar Proust ons aan wil laten herinneren, dat betekent: koester hoe dan ook je verloren tijd ongeacht de dramatiek ervan, die nou eenmaal behoort tot de tragische aspecten van het leven. Het citaat van Proust bevat – zo men wil – een levenslesje.