Meneer Kus droomt Nee
Toen hij in het plaatselijke hotel vroeg of ze een kamer hadden, was het antwoord: Nee.
Hij vroeg of ergens anders in het dorp een kamer vrij was.
Het antwoord: Nee.
Meneer K. droomde vaak dat hij op reis was. Prettige dromen. Hij droomde eens een hele concrete onprettige reis. Reed hij alleen in zijn auto in het charmante oostelijke gedeelte van oud Europa, misschien ergens in het platteland van Polen, nabij de grens van Duitsland. Of misschien was hij wel dicht bij huis, op weg naar Amsterdam. Het was nacht. Weinig verlichting op de weg. In het donker volgde hij zijn eigen koplampen. De witte middenstreep op de weg flitste telkens ritmisch voorbij. Hij arriveerde in een dorp dat Needorp heette.
Needorp?
Al gauw bleek waarom.
Toen hij in het plaatselijke hotel vroeg of ze een kamer hadden, was het antwoord: Nee.
Hij vroeg of ergens anders in het dorp een kamer vrij was.
Het antwoord: Nee.
Hij zag een bar met een tap, spoelbak en alles, de barkeeper inbegrepen die om de verveling te doden de glazen afwreef met een stuk textiel smetteloos wit. Hij vroeg aan de barkeeper: Hebt u een biertje voor mij?
Nee
Kunt u mij verklaren waarom niet?
Nee.
K probeerde zijn geduld te bewaren in zijn droom.
Praktisch gezien kwam hij wat cash geld tekort, dus probeerde hij te pinnen.
Het antwoord op het scherm van de bank was: Nee.
Hij werd gek van die nee en probeerde het dorp uit te vluchten, maar raakte verdwaald. Aan een voorbijganger vroeg hij de weg: Weet u hoe ik uit dit dorp kom?
Nee.
Weet u dan wel hoe ik er weer in kom?
Nee.