Nobelprijs voor Bob Dylan
Virtuoze tekstschrijver, legendarische persoon, rocklegende jaren 60. En nu 2016 op internationale podia met stokoud kraaiengezang nog steeds zingend, krijgt hij alsnog de Nobelprijs Literatuur. Ik beleef hierbij niet echt een aha-erlebnis, die toekenning verrast me eigenlijk niet. Eindelijk krijgt hij dan toch die waarschijnlijk niet eens door hem zelf begeerde niettemin bijzonder prestigieuze prijs, maar de waardering gaat uit naar zijn oeuvre waarschijnlijk allereerst als melodieuze dichter, maar als zodanig heb ik hem nooit beleefd. Als briljante dichter. Nee.
Vele uren heb ik met plezier, ontroering en bewondering naar zijn muziek geluisterd. Maar weet je, je leest Dylan niet, je luistert naar hem. Dat is het verschil met hem en de lyrische taalmatige dichters. Hij is natuurlijk ook niet te vergelijken met dichters als Brodsky, Walcott en Szymborska, die ook diezelfde prestigieuze prijs kregen voor hun pure metrische poëzie.
Ik vond trouwens het commentaar van de Schotse schrijver Irvine Welsh pittig en grappig: ‘Ik ben een Dylanfan, maar dit is een ondoordachte nostalgie-award, geperst uit de ranzige prostaten van seniele, brabbelende hippies.’
Waarmee hij vermoed ik de hele oude grijze mannen van de Nobelprijs commissie bedoelt, die als juryleden van de Zweedse Academie in Stockholm per definitie anoniem blijven.