tienjarig jubileum geruisloos voorbij gegaan: 2006 – 2016.
Proost! Ik drink thuis een ijskoud glaasje wodka uit de vriezer, achter de computer wandel ik met genoegen door de pagina’s heen die ik lees als een persoonlijk bibliotheekje, als een cultureel tijdschrift bomvol schier onuitputtelijk materiaal dat de komende jaren allicht zal worden aangevuld met tal van persoonlijke dagboeknotities, actuele reflecties op kunst en literatuur, (relevant en irrelevant) teksten verfraaid met tekeningen uit mijn archieven.
Vooruit, op naar de volgende tien jaren. Proost!
Hoera Alter Ego jubileum van meneer K
We schrijven geschiedenis – juli 2005. In dat jaar strijkt een ster neer in het landschap van de Nederlandse literatuur. Niemand minder dan mijn eigen Meneer K. Personage zonder paspoort maar ook zonder twijfels aan eigen exclusieve identiteit. Hij is een soort vogel die terstond nadat hij uit het ei komt het nest verlaat en gedeeltelijk voor zichzelf kan zorgen.
Mijn koosnaampje voor hem is Wiewie. We schrijven thans juli 2016. Een ster 10 jaar geleden neergestreken, hij strooit nog steeds het licht van zijn sfeervolle tekstjes rond. Deze tekstjes pinken vanaf 2006 op het internet. Ik feliciteer Meneer K. met zijn 10-jarig jubileum. Champagne, kaviaar, wodka, bier. Als cadeau voor hem schreef ik dit speciale stukje proza, voorlopig getiteld: Hij die hem was.
meneer k dubbel als hij die hem was
Hij die hem was zei tegen haar, als in een uitbarsting van woede dan wel gemixt met humor: ‘Je bent een slet, je borsten staan scheef en je oren zien eruit als grote bananenbladeren. En wat verder aan je mankeert? Als je je stem laat horen piep je als een rat in nood, zo klinkt het!’
Zij keek hem aan, geschrokken door zijn grofheid, maar ze kende hem goed en wist dat iemand anders tegen haar sprak dan de heer Kusmelier die doorgaans tegenover dames vooral de hoffelijkheid zelve was.
Meneer Kusmelier zag het nu goed, hij die zich uitgaf voor hem, legde zijn arm over haar schouder. Hoe durfde hij haar aan te raken? Hij omhelsde haar en kuste haar oorschelp. En fluisterde op geveinsd tedere toon de vier woordjes ik hou van jou. Meteen walgde hij er zelf van. Maar zij liet hem begaan, besefte dat dit soort platte proza niet de stijl was van Meneer K.
Ze zaten met z’n tweeën aan de bar, allebei whisky drinkend. Pedro de barkeeper die niet uit Spanje kwam maar uit Portugal, keek glimlachend toe en schonk de glazen van het tweetal vol. Kusmelier had allang een taxi willen bestellen, snel naar huis, maar hij werd gehinderd door de eenzame wat desolate en verwarde helft van zichzelf.
Pedro zette fadomuziek op. Amalia Rodriques. Wat hij die hem was nu deed was helemaal beschamend. Hij ging freestyle dansen met haar. Dat betekende dus dat zijn armen zich bewogen als kronkelige boomwortels die zich spasmodisch bewogen in de lucht.
Hij rook hoe slecht ze was geventileerd. Onwelriekend, dat vond hij aangenaam. Hij die hem was wist haar naam nu te fluisteren: ‘Petra,’ fluisterde hij en hij maakte zich doof voor wat hij nog meer tegen haar ging zeggen, toch hoorde hij hem brallen: ‘Weet je dat er twee nieuwe manen om Saturnus zweven? Twee!’
Ze glimlachte droevig, afwezig en zweefde als een wezenloze wezen om Kusmelier heen, met haar bezwete oksels, nieuwsgierig of ze droomde of eigenlijk helemaal niet bestond, in dit moment, nu, niet eerder, maar nu, juist dit moment. Haar droevige gevoelens werden abrupt onderbroken door die rare man met wie ze danste.
‘Heb je een gebroken hart, Petra?’ vroeg hij.
Nee, dit kon meneer Kusmelier zelf niet meer aanhoren. Hij ging door de grond van pure ergernis. God, dat dronken gekwijl, afschuwelijk! Hij wankelde terug naar de bar en dronk zijn glas whisky in één teug leeg. Alsof hij een punt wilde maken mepte hij het glas met de zware bodem met een flinke knal op de bar, Pats! Hij zag dat het glas niet brak en bestelde laconiek een nieuw glas van hetzelfde. Je zou zeggen blijf zitten en drink je laatste glas leeg. Maar Kusmelier was spontaan, grillig, impulsief. Onvoorspelbaar.
Hij liep de dansvloer weer op en ging weer op zijn manier dansen. O, nee! Hij kon amper op zijn benen staan. Hij danste als een motorisch gestoorde aap. Hoe dat ging aflopen wilde Kusmelier niet weten en met een plotseling reddende ingeving van zelfrelativering distantieerde hij zich van de persoon die zijn naam droeg, de man die hij zelf was edoch bedacht door zijn auteur.