Nederlandse poëzie.
Schets Recensie Gedichten Emma Crebolder
Net verschenen: gedichtenbundel getiteld Verzoenen van Emma Crebolder. Uitgever: Nieuw Amsterdam, 2015.
Schmink noch gekunsteldheid
Emma Crebolder is een dramatische dichter die zich concentreert op processen zoals aftakeling en verval (nalatig geheugen en abstracte bestaansangst zijn telkens terugkerende thema’s) en daarbij geen optimistische visies uitdraagt, integendeel. Maar waar je haar niet van kan betichten is schmink. Oftewel gemaaktheid, het veinzen van gevoelens.
Koste mij enige tijd om haar denkwijze te leren kennen, die is voornamelijk existentieel, maar wisselend en kameleontisch. Je kunt haar poëzie niet als een gewone tekst lezen, je proeft aldoor weer iets nieuws in haar woorden. Dat is ruimte, en die krijg je van haar. Je verliest algauw de eenduidige normatieve betekenis van de woorden. Dat is het programma van Emma Crebolder. Je wordt meegenomen naar de meerduidige werkingen van de taal, die oorspronkelijk uit signalen is ontstaan. Allerlei signalen, vage, dubbelzinnige en concrete signalen. De beschaving van wat ze precies betekenen is nog steeds in ontwikkeling. Het enige wat je niet moet doen tijdens de leeservaring van poëzie is iets strikt naar de letter opvatten, dat is fnuikend.
Niet eenduidig, meerdere betekenis lagen, dat verwacht je van waarachtige poëzie. Ook weersta je vaak niet de verleiding zelf iets te lezen wat er niet werkelijk staat. Je kan iets lezen wat door je eigen fantasie werd gegenereerd. Daarbij denk je dan niet aan bewuste bijbedoelingen. Op die manier haar gedichten lezen, dat is ook een vorm van verrijking, als lezer, ook al schiet je misschien voorbij aan de werkelijke intentie van het gedicht.
Bijvoorbeeld: ik viel op het woord aardworm in een van haar gedichten en dacht: aardworm is niet gewoon aardworm, maar misschien wel een latent koosnaampje voor haar geliefde, aangetast door slijtage. Die ze niettemin koestert: ‘Toch / wil ik bij jou liggen, aardworm. / Op mijn zij. / Dan kan ik goed slapen’.
Je kan hier uit deze 14 woorden ook de verzoening van de dichter met de nadere dood in herkennen. Althans een verwijzing naar het aardse vergankelijke leven. We zijn als wormen.