Recensie Russische Litteratuur gepubliceerd in Standaard der Letteren, Brussel
Scabreuze Korte Verhalen van Vladimir Sorokin
Wie de heerlijke scabreuze verhalen van Vladimir Sorokin (Moskou-1955) leest zal zich met een prettige glimlach realiseren dat de tijd toen de Russische literatuur op gezag van Stalin behept was met de wansmaak van het socialistische realisme, definitief voorbij is. Hier is gelukkig een mooi woord. Voorbij, dat is vooruitgang. De helden die vol enthousiasme in dienst van de ideologie van het communisme aan een nieuwe proletarische Sovjet-Unie bouwden, waren eigenlijk bijzonder deugdelijke, maar in wezen onwerkelijke en daarom vreselijk deprimerende personages. Weliswaar voorbeeldig rein in hun moraal en krachtig in het gebruik van hamer en sikkel, maakten deze verheerlijkte helden niet alleen van zichzelf maar ook van het socialistisch realisme als zodanig een karikatuur.
Het verkwikkelijke van Sorokin’s verhalen is dat hij alles wat naar dit isme riekt meedogenloos op de hak neemt, in de stijl van een sarcastische moppenverteller die leedvermaak en galgenhumor niet schuwt. Zo bijtend en wrekend als zijn spot is, zo soepel en achteloos aandoend is zijn verteltechniek, die zich op Gogoliaanse wijze baseert op de het procedé ‘skaz’: alle viespeukerij worden in de mond gelegd van de betreffende vertellers. Dat zijn doorgaans zielige persoontjes met een of andere grappige afwijking, dronkaards, gestoorde liederen die opeens gaan moorden, fabrieksarbeiders, ploerten, sovjet imbecielen, sloeries, provinciaaltjes die zich vrolijk maken over wie de hardste scheet kan laten knallen, kortom de Komsomol malloten en kameraden van weleer.
Er wordt gebraakt, gepoept (in het verhaal ‘De obelisk‘ komt een dochter voor die de stront uit moeders anus opzuigt en in een kom uitkotst, dat laat uitlekken zodat moeder het strontsapje weer kan drinken – hongersnood nietwaar) en gepist bij het leven, maar je vraagt je af welke intentie schuilgaat achter alle vuilbekkerij en groteske wendingen. Mikte Sorokin gewoon op de humor? Pretendeerde hij pretentieloos vermaak? In dat geval heeft hij z’n doel niet gemist. Wie niet als lezer in een lach uitbarst mag aan zichzelf gaan twijfelen. Of wilde de schrijver de wansmaak van de voormalige Sovjetburger ontmaskeren? Wilde hij aantonen hoe de doodernstige doctrines van het stalinistische regime voor schrijvers een voorgeschreven wet werden dankzij de ongelooflijke geborneerdheid van het filisterdom? Deze interpretatie, misschien vergezocht, lijkt toch onontkoombaar.
Uit bijna elk verhaal doemt het beeld op van de Sovjetburgers als een dom, primitief en serviel volkje dat zich in de hoek liet drijven door een psychotische dictator met een horde van KGB-beulen in zijn kielzog. Sorokin maakt de geschiedenis, de tijd van Stalin, extreem belachelijk, maar aan de andere kant overdrijft hij dusdanig surrealistisch dat hij eerder een persiflage lijkt te schrijven op het scabreuze genre. Ik zie hem meer een knipoog geven naar de absurdistische Russische schrijver Daniil Charms die uit gekkigheid vijf vrouwen uit het raam liet springen en droog toevoegde: ‘Dat is alles’.
Samen met Dimitri Prigov en Jevgeni Popov behoort Sorokin tot een nieuwe lichting die zich de ’tekstualisten’ laat noemen. Ze experimenteren met de bombastische retorica van het sovjet jargon; de grenzen van psychologie en moraal worden verlegd, waarbij de logische ordeningen (de platgetreden wegen van de logica in het verhaal) prijs zijn gegeven ten behoeve van het vervreemdende effect.
Sorokin heeft merkwaardig genoeg in Moskou, waar de actuele werkelijkheid krankzinnig ondersteboven is gehaald, nauwelijks weerklank. Zijn werk, romans, korte verhalen en toneelstukken circuleerden al vanaf 1985 in het het samzidat circuit en pas in 1992 verscheen hij thuis, weliswaar mondjesmaat. Dan is zijn werk in het westen beter bekend en meer gewaardeerd. Vorig jaar verscheen in Nederlandse vertaling zijn experimentele roman ‘De rij’, waarin de sociale tirannie van lege winkels als een metafoor werd uitgewerkt van het eeuwigdurende zinloze wachten. De vorm van de roman was interessant en nieuw: voornamelijk dialoogjes of zomaar vergeefse losse articulaties van de wachtenden. Het Amsterdamse theatergezelschap Carrousel bewerkte de roman in een toneelstuk en voerde het op als een hilarische ‘screwball comedy’. Zowel de roman als de toneelbewerking werden door de critici lovend besproken.
Na deze verhalenbundel De wedstrijd die trouwens vooral in de passages wanneer er wordt gevloekt en getierd – zoals alleen de Russen dat kunnen – knap, zonder horten en stoten is vertaald, mag men hopen dat zijn overige werk binnenkort zal volgen. Het liefst vandaag nog dan morgen.
Vladimir Sorokin: De wedstrijd, scabreuze verhalen.
Amsterdam: Wereldbibliotheek.
Vertaling door Aai Prins.