Grimmige Sfeer Roman Vladimir Makanin
Recensie Moderne Russische Literatuur
Makanin’s grimmige roman over het leven in Moskou en Rusland. Een onopgesmukt verhaal over vertroebelde dwalende mensen antihelden in een kantelend tijdsgewricht.
recensie gepubliceerd in De Standaard der Letteren, Brussel, 28 februari 2002
bron design bookcover onbekend (foto en typografie van russiche hand?) informeer voor exacte details bekend bij uitgeverij meulehoff amsterdam deze boekomslag is extra bewerkt door jh
utsnede bookcover roman getiteld underground of een held van onze tijd
Het profiel van de Russische literatuur, ontstaan na de ineenstorting van de Sovjet-Unie, lijkt nog het meeste op dat van een aasgier. Gretig, heftig en met ongecensureerde spotlust (dikwijls met veel omhaal van woorden – de Tsjechoviaanse zuinigheid van woordkeus en zinsopbouw is helaas als stijlmiddel doodverklaard) schetsen de moderne auteurs, experimenterend met vormen en stijlen, een portret van een hopeloos verloederde samenleving, waarin de zeden en waarden van het communistische tijdperk verloren zijn gegaan. De postcommunistische realiteit van nu wordt als een grote beerput beschreven – een weinig verheven literair metafoor dat evenwel als een wetmatig mechanisme bijna elke hedendaagse Russische roman onderschraagt. Kortom, alle idealiteit of valse heroïek is overboord gesmeten en men focust zich op de sociale wantoestanden, de waanzin van alledag, de corruptie en collectieve armoede, prostitutie, het goddeloze, de maffia, het alcoholisme en de met moorden en beroven gepaard gaande worsteling om te overleven. Alles is gepermitteerd.
In de roman Underground of een held van onze tijd van Vladimir Makanin (1937) wordt dit concept van de beerput grondig uitgewerkt. Hoofdpersonage is de alcoholische dakloze zwerver genaamd Petrovitsj, een schaamteloos, gedegenereerd, parasitair maar taai heerschap (al over de vijftig) dat zich in het ondergrondse circuit van Moskou begin jaren negentig, bij de moeizame opkomst van de Russische democratie, een reputatie heeft opgebouwd als schrijver, hoewel hij geen letter heeft gepubliceerd, precies zoals het hoort, anders ben je geen undergroundfiguur. Als een kakkerlak, resistent voor alle menselijke ellende om zich heen, zet Petrovitsj zich schrap en vecht hij voor een veilig plaatsje in Moskou. Hij vleit zich in de gunst van gescheiden ouwe wijven die hun flatje en bedje tijdelijk ter beschikking stellen en ook weet hij onderdak te vinden als oppasser van de onbewoonde flats in de woonkazernes van Moskou, waar hij altijd in de clinch komt met het grauwe flatvolkje, dat spuugt op zwervers van zijn allooi.
Petrovitsj gaat wel heel ver met het verkennen (goedschiks of kwaadschiks) van de grenzen, hij begaat straffeloos twee moorden, (koelbloedig steekt hij een mes in de rug van een KGB-verklikker die aan hem informatie wilde ontfutselen over de personen uit het Ondergrondse), hij wordt regelmatig afgetuigd door de politie en het is niet verwonderlijk dat hij in zijn crisis verstikt en in een gekkenhuis belandt, lijdend aan weinig delicieuze waandenkbeelden en een traumatisch stress syndroom.
Makanin behandelt hier bepaald geen lichtvoetig thema, loodzwaar ligt het drama van Petrovitsj in het vettige weefsel van zijn proza, toch weet hij het verhaal van deze helletocht (nee, een queeste is het nauwelijks, Petrovitsj’ doel is om zich uit de daklozenstront te redden) voldoende geloofwaardig te maken, alsof de auteur zijn protagonist zelf in de lijdensweg voorging. In ieder geval heeft Makanin kennelijk zijn research gedaan. De passages die zich afspelen in het gekkenhuis zijn even hilarisch, stichtelijk als bedroevend.
Onoverkomelijk zijn de reminiscenties, de roman heeft raakvlakken met Dostojevski’s Aantekeningen uit het Ondergrondse, en het onvergetelijke Misdaad en Straf , waarin de moordenaar Raskolnikov zo sympathiek wordt afgebeeld als een vertwijfelde jongen die troost in de religie vindt. Tevens doet Makanins roman denken aan het toneelstuk Nachtasiel van Maxim Gorki en aan enkele scènes uit Boelgakovs duivelse roman Meester en Margarita en in meer moderner opzicht aan Venedikt Jerofejev’s novelle Moskou op sterk water – het absolute hoogtepunt uit de ondergrondse Russische literatuur na de val van het regime. Makanin refereert zelf tussen neus en lippen door aan het werk van auteurs die hem hebben geïnspireerd, het zijn kleine speldenprikjes die misschien omwille van de sfeer zijn ingevoegd, want de personage Petrovitsj is alles behalve ongeletterd, hij komt uit de generatie die nog eerbied had voor de negentiende-eeuwse literatuur, ook al behoort hij zelf in eigen ogen tot de moderne lichting.
In het begin loopt de roman stroef, het tempo stokt en de lezer moet zich voortploeteren door karrenvrachten onsignificante babbelbiechten van de dronkenmannen, het lamenterende proza, samengebald in 562 bladzijden, lijkt eindeloos, tot aan het reddende hoofdstuk De vierkant van Malevitsj. Hierin bewijst Makanin zijn virtuositeit, dan is de lezer overtuigd dat hij geen roman van pulpachtige gehalte leest. Daarna komt het kleine hoofdstuk De kleine man Tetelin, waarin Makanin een fantastische hommage brengt aan Nikolaj Gogol. Daarna gaat de roman als een lier verder.
Verrassend is het happy-end-achtige slot: alles komt goed en onze arme Petrovitsj perst ‘een klein, levend, verblindend traantje’ uit z’n ogen van vreugde. Hij heeft zijn hachje voorlopig gered en een sprankje hoop begint post te vatten in het vernederde en vertroebelde hart van deze antiheld die zijn tijd wist te overwinnen.
VLADIMIR MAKANIN, Underground of Een held van deze tijd. Vertaald door Arthur Langeveld, De Arbeiderspers, Amsterdam, 562 blz., 27,50 euro. Oorspronkelijke titel: Andregraind, ili Geroj nasjevo vremeny.