het literaire alcoholisme amerikaans

door

beoordeling boekomslag: slecht fantasieloos mislukt jammer gemiste kans

Nonfictie essays over verslaafde schrijvers

Gaandeweg lees je het maar 334 pagina’s tellende boek als een waarschuwend antipamflet jegens het venijnige alcoholisme. Met het zweet in je handen verdiep je je in de (Amerikaanse) lotgevallen, hoe ze zich uitzinnig destructief gedroegen. Wanneer je na enige stille schietgebedjes uitgelezen bent neem je je voor geen druppel meer te drinken. Maar als averechts effect drink je toch meer dan je lief is, maar dan nog: wat alcoholische auteurs als Raymond Carver, de grote inspirator van de Amerikaanse literaire stroming dirty realism, dagelijks aan flessen whisky en wodka hebben geconsumeerd, lijkt in vergelijking met deze zware drinkers aan de overkant van De Grote Plas, alle wijn die je zelf wegnipt op limonade gegoten in een dorstig onschuldig kinderkeeltje.

De Gevreesde Black-outs, wanneer de drank gaten slaat in je geheugen en bewustzijn, wanneer je jezelf als een blinde piloot vertrouwt op metafysische oriëntatie, hebben de schrijvers aanvankelijk niet gedeerd, ze functioneerden in hun schrijven en schreven verhalen die wellicht zonder de roes nooit het licht zouden hebben gezien.

Ik herinner mij het delirium tremens van wijlen August Willemsen, de virtuoze vertaler van Fernando Pessoa (ook al zo’n notoire drinker, in Lissabon gestorven aan alcoholvergiftiging). Hij kreeg wanen en hallucinaties waarover hij vertelde met laconieke aplomb alsof hij voorlas uit een kinderboek.
Een ideetje misschien, voor uitgevers die wakker blijven: stel een boek samen (mooi woord: bloemlezing) over onze Nederlandse auteurs, dichters en dergelijke, die naar de fles grepen.