de fantastische ui van Pablo Neruda
In mijn roman Perrongeliefden wijdde ik een hoofdstuk aan Russische uien, getiteld: Uien. In Moskou destijds 1991 waren ze zeldzaam, net als bananen. In dat hoofdstuk citeerde ik een fragment uit Pablo Neruda’s beroemde gedicht Ode aan de ui vertaald door de dichter C. Buddingh. Hier het hele gedicht dat elke zichzelf respecterende kok uit het blote hoofd kent. Let op het laatste zinnetje, de geur van de ganse aarde.
Ode aan de ui
helglinsterend buikflesje,
bloemblad na bloemblad vormde
je schoonheid zich, kristallen schubben
deden je zwellen en verborgen in de donkere aarde
at jij je lekker dik en rond aan dauw.
Onder de grond kwam het wonder tot stand
en toen je eerste onhandige groene spriet
zich liet zien en je bladeren als degens
omhoogstaken in de tuin, balde de aarde
haar luister samen in jouw naakte doorzichtigheid,
en zoals destijds de zee de magnolia nabootste
in Afrodite toen hij haar borsten schiep,
zo heeft de aarde ook jou gemaakt,
ui, helder als een planeet,
en bestemd om te glanzen en te schitteren,
onwrikbaar sterrenbeeld, ronde roos van water,
op de tafel der armen.
Edelmoedig laat jij je frisgroene globe
ondergaan in de vurige voleinding van de vleespot,
en je driehoekige vaan van kristal verandert
in de kokende olie in een krullende gouden veer.
Ook wil ik hier in herinnering brengen hoe
door jouw toedoen de liefde voor de sla is gegroeid,
en het schijnt dat de hemel zelf helpt,
door je glad als hagel te maken,
om de lof van je fijngehakte helderheid te bezingen
op de hemisferen van een tomaat. Maar binnen bereik
van de handen van het volk, besprenkeld met olie,
bestrooid met een tikje zout,
stil jij de honger van de dagloner
op zijn moeizame pad.
Ster van de armen goedgeefse fee,
in ragfijn papier gehuld kom je uit de aarde,
onvergankelijk, vlekkeloos, zuiver als een zaad
uit de hemelruimte, wanneer het mes in de keuken
je doorsnijdt welt één enkele traan op maar zonder verdriet.
Jij doet ons huilen zonder ons te bedroeven.
Jouw lof, ui, zal ik dan ook zingen zolang als ik leef,
want voor mij ben je mooier dan een vogel met verblindende veren,
in mijn ogen ben je een hemelbol, een platina glas,
de roerloze dans van een sneeuwwitte anemoon,
in jouw kristallijnen wezen leeft de geur van de ganse aarde.