Koningin van Russische dichtkunst Anna Achmatova
Meedeinen op de hoge golf van publicaties nieuwe vertalingen van dichteres Anna Achmatova
Perplexiteit. Zwoerdachtig dikke totaal maar liefst 1600 pagina’s Anna Achmatova We worden overspoeld door een grote Achmatova-golf. Pakweg 1600 pagina’s zijn bijna tegelijkertijd verschenen met vertalingen van haar poëzie en proza van de drie uitgevers De Arbeiderspers, Meulenhoff en van Oorschot. Wat is hun gezamenlijke drijfveer? Ordinair? Geld bij elkaar trommelen? Of gunnen ze de dichteres, bewonderd als de koningin van de Russische poëzie, deze nieuwe publicaties omdat ze beseffen hoe onvermijdelijk groots haar dichterschap is?
Geïnspireerd door deze verrassende actualiteit dook ik in mijn archieven en vond een fotokopie van mijn recensie van haar bundel De Laatste roos, 1983, gepubliceerd in het Nieuwsblad van het Noorden.
Pathologisch wandelen met Anna Achmatova
Maart vormt voor mij een van de meest roerende maanden. De rukkende wind die onder donkere regenwolken de populieren doet buigen associeer ik met de dood van de Russische dichteres Anna Achmatova, pseudoniem van Anna Andrejenva Gorenko, gestorven op 5 maart 1966, vlak voordat zij in Oxford een eredoctoraat kreeg. Die dag gebruikte ik vroeger, toen ik de lokken van haar dramatisch ogend kapsel dikwijls over mij heen zag gebogen in mijn dromen, voor een wandeling in het bos. Een droevig, misschien ietwat pathologisch -romantisch ritueel dat evenwel zo goed aansluit bij Achmatovas poëzie waarin het verdriet over de machteloosheid van de liefde en het vlieden van de tijd zo overheersend is.
Gedurende deze wandelingen dwaalde ik af naar een kerkhof om zoals Achmatova het uitdrukte te luisteren naar de stem van de eeuwigheid. Alles wat ik toen onderging verliep natuurlijk overeenkomstig de gezwollen verbeelding van een jonge Achmatova-vereerder. Langzaam ontgroeide ik deze pathetische gewoonte en gingen andere dichters mij boeien. Maar veel van de bekoring van Achmatova’s verzen komt nu terug als ik de nieuwe dichtbundel De laatste roos lees. Een aantal sprankelende vertalingen van Kristien Warmenhoven.
De wereldwijde faam van Anna Achmatova heeft vele redenen. Voor ons in het Westen is zij de lyrische dichteres van de liefde. Wat wij nauwelijks weten is dat naarmate haar dichterschap rijpte zij minder lyrisch werd en sociaal-politieke themas in haar poëzie vervlocht, samen met motieven ontleend aan de Russische volkspoëzie. Om die reden wordt ze voornamelijk in Rusland vereerd, vanwege haar oorlogsgedichten en omdat vele van haar verzen uitermate Rusland lievend zijn. In 1940 bijvoorbeeld droeg ze haar gedichten via de radio voor om de bevolking van het belegerde Leningrad te vertroosten. Nooit echter verviel zij in chauvinistisch gedweep. Het prachtigste voorbeeld is wel dit gedicht uit de bundel Riet geschreven in de periode 1925-40 toen haar werk op last van Stalins blinde censuur verboden was.
Ik hoor niet tot degenen die het land verlieten,
Zodat de vijand het verscheuren kon.
Diens grove vleierij glijdt langs mijn kleren,
En mijn gedichten geef ik niet aan hem.
Maar ik heb eeuwig medelijden met de balling
Als met een zieke of gevangene.
Zwerver, duister zijn uw paden.
En vreemd brood ruikt bitter als gal.
Maar hier in de walm van de brand,
Waar wij onze laatste restje jeugd verliezen
Hebben wij geen enkele slag,
Die ons bedreigde, afgeweerd.
Wij weten dat bij een later oordeel
Elk uur zijn rechtvaardiging vindt
Maar er is niemand op aarde met minder tranen,
Hoogmoediger en eenvoudiger dan wij.
Foto Moisei Nappelbaum, The Poet Anna Akhmatova, 1924, Gelatin silverprint, 30 x 21 cm, Collection of Alex Lachmann
Zoals een zwaan over water glijdt, zo komt Warmenhovens vertaling over. Glad, zacht en bekoorlijk. Men merkt in dit gedicht Achmatova’s enorme vormbeheersing. Het traditionele metrum leende zich goed voor haar onderkoelde temperament. Zij was wars van het symbolisme. Zij hield niet van mystiek pathos en duistere vergelijkingen. Achmatova verkoos de expliciete duidelijkheid van het woord. Zij sloot zich dan ook aan bij de literaire stroming het akmeïsme (afgeleid van het Griekse akme, wat hoogtepunt betekent), geïnitieerd door de dichter Nikolaj Goemiljev die voor een tijdje haar echtgenoot was en later trouwens toen ze gescheiden waren als contrarevolutionair geëxecuteerd werd in 1921. De zoete definitie die Goemiljev zelf van het akmeïsme geeft is toepasbaar op de vroegere poëzie van Achmatova: Bij de akmeïsten wordt de roos zelf weer mooi en haar blaadjes, geur en kleur en niet door haar denkbeeldige gelijkenis met mystieke liefde of iets anders.
De latere Achmatova die meer betrokkenheid toonde met het leed en de eenzaamheid en zelfs de doodsklamme huiveringen onderging van de tijd dat Rusland vele mensen-abattoirs kende, komt gelukkig veel meer aan bod in de keuze van vertaler Kristien Warmenhoven. In haar conceptie ligt de nadruk op het ontroostbare gekreun van Achmatova. Gekreun dat nooit als jammeren klinkt omdat haar poëzie puur is, dat wil zeggen ongeveinsd en berust op immense krachten. Het bittere lot van de mens dient eerst beweend te worden alvorens de schoonheid van het woord wortel schiet.
illustratie portret achmatova jan hontscharenko