recensie Comic Fiction roman Lewycka
Grappig kreukelig Niemendalletje
Omslag Uitg. Mouria, derde druk oktober 2006.
Dat was lachen, dit avontuur van de Oekraïense gescheiden sexy blondine Valentina (36 jaar) die met haar zoontje probeert zich te vestigen in Engeland middels een schijnhuwelijk met een oude man van 84 jaar, die net zijn vrouw heeft verloren en nu uit betrokkenheid met het lot van de Oekraïense Valentina wil helpen. De oude man (zelf van Oekraïense afkomst, nog kloek van geest, door de psychiater gezond verklaard, hij houdt zich ledig met het schrijven van de geschiedenis van de Oekraïense tractor) heeft twee dochters, ze zijn onderling gebrouilleerd maar dankzij het krankzinnige initiatief van hun vader komen ze weer in contact en proberen ze het schijnhuwelijk te verhinderen. Wat niet lukt. De oude man is verzot op Valentina, met haar fabelachtige boezem, zij is bot, lijdt aan een maniakale zucht naar westerse rijkdom, zij is plat, zij is overspelig, zij is een sloerie, zij veinst, zij fraudeert, zij is uit op zijn poen. En hij, de oude man? Hij poept in zijn broek, hij laat zich gewillig kaalplukken, raakt uiteindelijk failliet. De twee dochters proberen z’n oude dwaze hachje te redden, besognes met advocaten, immigratiedienst, artsen. Uiteindelijk vertrekt Valentina gedesillusioneerd teug naar de Oekraïne, maar wel in een Rolls Royce, samen met haar ex-man, de vader van haar zoontje die haar heeft teruggewonnen. De oude zwaar op proef gestelde man wordt door zijn dochters in een bejaardentehuis gestopt, waar hij yoga beoefent om tot ontspanning te komen en zich begint te bekwamen in de zonnegroet… De Engelse schrijfster Marina Lewycka beschrijft deze klucht in sneltreinvaart, filmische scènes, Britse humor, absurd, hilarisch, goed voor een komische televisieserie, ze ontving de prijs van Comic Fiction. Ik zie de film al, met als hoogtepunt de scène waarin Valentina in een woede-uitbarsting de oude man gillend de huid vol scheldt: ‘Jij, levend lijk! Jij nutteloze ezel, verschrompeld brein, verschrompelde penis. Jij, opgedroogd, verschrompeld overblijfsel van antieke geitenpoep. Jij kruiperig insect waar ik op ga staan! Oud stuk kraakbeen, uitgekauwd en uitgespuugd door de hond. Puh!’ Ze mept hem met een plastic afwashandschoen op zijn kop en port hem in zijn ribben. De oude man krimpt ineen en smeekt voor zijn leven: Alsjeblieft Valesjka, lieveling, duifje…’