Tijdschrift voor Slavische Literatuur Het Getal 44

door | Dagboeknotities

Het tijdschrift TSL (Tijdschrift voor Slavische Literatuur) stelde een themanummer samen over het getal 44 dat een speciale plaats inneemt in de getallenkabbalistiek. Medio november verschenen, met bijdragen van Slavische schrijvers en dichters zoals Stanislav Lem, Daniil Charms, Velimir Chlebnikov, Viteslav Nezval, Václav Havel, Karel Capek, en Adam Mickiewicz. Ik ken de uit academici bestaande redactie enigszins en weet dat ze nooit creatief proza publiceert van hedendaagse Nederlandse auteurs in hun tijdschrift. Geen budget voor honorarium. Ik was heus welkom om een onbezoldigde bijdrage te leveren. Maar onbezoldigd stukjes schrijven, hallo, dat had ik als noodlijdende schrijvertje al lang afgezworen. Ik had toch een toepasselijke bijdrage kunnen inleveren, jaren geleden schreef ik het volgende stukje in mijn dagboek. Gek genoeg over het eigenaardige getal 44.

Let op, het volgende stukje proza hoort niet thuis in mijn absurde sketches, want is gebaseerd op een waar gebeurde ervaring, in de alledaagsheid van mijn Antwerpse periode, toen ik daar woonde en dikwijls de onbekende straten doorslenterde op zoek naar een nieuwe liefde. Het proza is vorm gegeven in de voltooid verleden tijd omdat de actuele situatie daadwerkelijk ver terug gaat in de tijd.

Antwerpen. De supermarkt van huishoudelijke producten die ik af en toe bezocht om mijn verveling te verdrijven had plooibare rietjes, 50 kaarsen, een bloemenvaas, eisnijders, een bijzondere Spaanse wijn (Rioja Faustus Reserva) in de aanbieding. Ik kocht alle vijf artikelen. Toen ik wilde afrekenen kwam het bedrag precies uit op het getal 44 euro’s. Ik schrok en annuleerde de rietjes zodat ik geen 44 euro’s hoefde te betalen.
Een keer kreeg ik in Adelaide een hotelkamer met het nummer 44 toebedeeld. Ik weigerde de sleutel van de kamer en toen het hotel geen andere kamer bleek vrij te hebben ben ik naar een ander hotel gegaan.
Nooit 44.
Uitgesloten.
Een aantrekkelijke vrouw met wie ik in het café keuvelde, nodigde mij uit bij haar te blijven slapen. Bij haar voordeur zag ik iets verschrikkelijks: haar huisnummer was 44. Ik maakte meteen rechtsomkeer.
Ze vroeg waarom ik ging.
‘Nou, je woont op 44. Ik kan niet tegen 44.’
‘Waarom niet?’
‘Leg ik je nog wel eens een keer uit. Het is irrationeel.’
‘Ja, dat kan je wel stellen!’ Ze sloeg de deur achter mij dicht.
Ik schreef later een excuusmailtje aan haar. Ik telde het aantal woorden, gewoon uit nieuwsgierigheid, het totaal aantal woorden was 44. Ik schrok. Die 44.
Wel toevallig. Haar huisnummer: 44. Het aantal woorden in mijn mailtje eindigde op 44. Heb het net op tijd niet verzonden, later lichtelijk herschreven, het aantal woorden gereduceerd, maar ik heb het mailtje daarna ook niet verzonden. Die 44 had alles verpest. Af en toe kwam ik de vrouw nog wel tegen in het Antwerpse nachtleven, dan wendde ze haar gezicht af, luikende oogleden.