Archief Hand geschreven Dagboek 1996 Vrienden Dat We Waren
Bij vriend R thuis op bezoek geweest, hij was als een kind, spartelde van vreugde. Maar toen ik hem (nee tersluiks was het niet maar wel enigszins voor zover mogelijk onopvallend) ik hem als in een onbewaakt moment peilend in zijn (onrustige?) ogen keek leek het alsof ik een blik kreeg naar binnen toe in een vochtige verwoeste en leeggeplunderde ruimte die we de ziel noemen. Zag ik het goed?
Wordt hij idioot? Weet hij nog wel wat hij doet? Hij rookt zoveel dat hij binnenkort een kunstgebit nodig heeft. En zijn keuken, vies als altijd, stonk naar tot pap gekookte doperwtjes gemixt met de penetrante geur van verse urine. Vlaamse bieren donker en blond en daarna etiketloze wijn gedronken. Veel over kunst geluld. Altijd de kunst. Beeldende kunst, schilderijen, zoals die van de Abstracten. En over vrouwen natuurlijk, dat gekke gedrag van die prachtige vreemde wezens. We waren allebei bewust single en niet op zoek naar vriendinnen we deden alleen one night stands. Ook als zijweg op de kruising een beetje literatuur besproken, als tapas erbij, Nescio en zo. Ook snel een beetje aandacht voor de huidige schrijvers helaas slap als sneetjes witbrood, Hollandse kost, pindakaas erbij. En een slokje lauwe thee.
Wij beiden, R en ik, wij weten: wij zijn gezegend met een associatief kronkelende gedachtegang die veelal tot niets leidt. Onze conversatie vloog alle kanten op. Gelachen als vrienden voor het leven. Wie anders dan Bob Dylan op de achtergrond. R hield van onbegrijpelijke teksten. Die produceerde hij zelf ook op gulle wijze. Vaak geen touw aan vast te knopen. Zo zei hij een keer (zal het nooit vergeten) de vraag waarom is geen vraag maar een klacht. Charmant geformuleerd. Rammelt zo lekker onlogisch.
Let op dat ik hier in deze spontane tekst geschreven voor de eeuwigheid, technisch gezien nu de verleden tijd en tegenwoordige tijd gewoon door elkaar haal. Springen in elkaar over zonder te struikelen.
Tussen neus en lippen door tekende R achteloos enkele schetsjes met afgekauwde potlood. Zijn mooi ingebonden tekenschrift raakte aardig vol met allerhande schetsen. Hij borg het bewust heel zorgvuldig op. Gelooft nog steeds vrees ik dat hij ooit als kunstenaar zal doorbreken. Hoe? Dat vraag ik hem niet, je weet nooit hoe de wind waait en hoe een koe een haas vangt. Hij barst van talent dat wel.
Toen alles op was de flessen leeg we al middernacht hadden bereikt gingen we – toch onvermijdelijk – het cafe in. Taxi. Drinken om dronken te worden, in roes te raken en daarna heerlijk uitslapen, die exclusieve ruimte (chic toch) hadden we gewoon en dat was geen dagelijkse sleur maar een privilege. In het leven nietsdoen dat is de allermoeilijkste kunst en wij hebben ons daar aardig in bekwaamd, voelden ons daarbij uitstekend, al kregen we er van niemand een complimentje voor. Dat was helemaal okay. Onbegrepen blijven was wel de bedoeling. Anders word je niet beroemd. Loop je in de armen van de losers en hun geestdodende middelmatigheid.
Naschrift: beroemd is R niet geworden evenmin idioot. Al voor zijn dood raakte hij in de vergetelheid. Een waarachtige kunstenaar is geboren om konsekwent zijn weg te volgen.